Onze eeredienst - pagina 453
BEDIENING VAN HET HEILIG AVONDMAAL.
het
-14'.>
woord vanzelf en zonder schromen. Maar anders wordt dit reeds. dikwijls we te doen krijgen met personen die boven ons staan, zij door hun stand, 't zij door hun waardigheid. Heeft men met
zoo 't
meerdere
zijn
is
zelf,
dat
men
het gedaan
doen, dan bekruipt ons
te
woord
het
heid,
men
zich niet zóó geuit heeft, als
En
hebben.
te
al spoedig zekere verlegenbelemmerd, en voelt men al ras daarna
niet zelden
het
is
dit
besef van
zou wenschen.
later
kort te zijn gescho-
te
om door het geven van een wat aan het woord ontbrak. En dit nu gaat uiteraard nog veel sterker door, zoodra er sprake is, niet van onzen omgang met menschen, maar van ons verschijnen voor den Heiligen God. Heeft dit verschijnen in de Voorhoven des Heeren bijna geheel vormelijk plaats, zoodat hij die komt om te aanbidden, zoo goed als niets van de dat dan
ten,
geschenk
al
spoedig erop bedacht
is,
vergoeden
te
tegenwoordigheid des Heeren ontwaart,
zijn
gebedje afleest of prevelt, weer-
weggaat, dan ontbreekt elke indruk en gaat er geen actie van en op de ziel uit. Is het daarentegen, dat de aanbidder voor zijn God en
opstaat
met
verschijnt
geestelijk zelfbesef en uit zijn eigen
driemaal Heilige opziet, dan
is
spreken stamelen wordt
hij
om
den
persoon
zijn
en
uit
uit
te
danken
uit
gevoelt geen
te
dan neder,
knielt
eerbied
God
zijn
bidden
uit
Men
terugslaan.
voor
woorden te kunnen vindrukken; en dat zijn beste woorden, het hart opgeweld, als ijdelijke klanken op zijn hart dat
;
Gods
de majesteit
hoewarm ook
te
drukken.
storten,
zelf,
dat
het inleven in ons
dat
den die
in
is
niet
zijn.
Want
het
intieme
alle verwijdering,
liefde geniet en
alle
in
het
wel zoo, dat
zijns
bij
Gods soms
zich vrijmoedig uiten kan
kerkgebouw vereenigt.
opkomt, om, behalve en aanbidding
te
in
doen
het woord, blijken.
van de offerande op, de drang naar het
God
zijn
vervult,
;
maar
de gemoedstemming van de groote schare, die zich voor
Eeredienst
eerbied
van
afstand wegvalt, en
Vandaar dat vooral
schare de kracht van het woord ongenoegzaam
hoefte
is
kindschap de geloovige de nabijheid
zoo innig mag smaken; dat de
om in heel de houding Men poogt wat de ziel
maar al spoedig ondervindt men in het ons woord te kort schiet en geen borg
voor de gezindheid van ons hart kan
ziel
nietigheid tot den
het zoo ten volle begrijpelijk, dat zijn
En
ook nog hieruit
altaar,
blijkt,
in
en
bij
de be-
een daad
zijn
komt de behoefte
de zucht
om
iets
voor
kunnen doen. Daartoe is het in den loop der eeuwen in Christus kerk dan ook gekomen. Niet zoolang de Gemeente nog zoo goed als uitsluitend uit oprechte geloovigen bestond, en een geestelijke gemeenschap allen vereenigdc. Maar wel kwam het daartoe, toen na het optreden der ver-
zijn
en
tot
Zijn eere te
29
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's