Onze eeredienst - pagina 480
BEDIENING VAN HET HEILIG AVONDMAAL.
476
genieten,
ziele
zoowel
Zichzelven, als de verdiensten zijns lijdens en ster-
voedende,
vens;
sterkende
door het eten
en
vertroostende
zijns vleesches,
onze arme troostelooze
en haar verkwikkende en verma-
kende door den drank zijns bloeds". Juist zooals ook in den Catechismus beleden wordt, zie het antwoord op vraag 79 dat er niet alleen een verzinbeelding plaats grijpt, zoodat „gelijk als brood en wijn dit tijdelijk leven onderhouden, alzoo ook het gekruisigd lichaam en vergoten bloed van Christus de waarachtige spijs en drank zijn, waardoor onze zielen ten eeuwigen leven gevoed worden", maar dat „veel meer ook door deze zichtbare panden en teekenen verzekerd wordt, dat wij zoo waarlijk zijns waren lichaams en bloeds door de werking des H. Geestes deelachtig worden, als wij deze heilige waarteekenen met den lichamelijken mond tot zijn gedachtenis ontvangen". Hetgeen het Sacrament tot Sacrament maakt, is alzoo niet het teeken op zich-zelf, maar het teeken door Christus gebruikt als middel, om door de werking van den Heiligen Geest, een geestelijk iets in onze ziel tot stand te brengen. Wie aanzit aan den disch en het gebroken brood eet en den vergoten wijn drinkt, ondergaat een geestelijke wer-
—
king
die
Christus
in
hem
—
Niet wij
uitoefent.
maken
het Sacrament,
kunnen slechts het brood en den wijn aanrichten. En eerst door dien Christus zelf uit den Hooge op ons nederziet, en uit den Hooge een actie in ons tot stand brengt, wordt de plechtigheid die wij hebben aangericht, het middel om ons zijn geestelijke weldaad te doen ontvangen en genieten. Gelooven, wie aanzitten, dit niet, zoo is de werking weg en houdt het Sacrament op Sacrament te zijn. Immers de werking van Christus in de ziel, heeft niet mechanisch plaats, maar in verbinding met het geloof. Juist daarom echter kan het Avondmaal niet van ons, maar moet wij
het bij
van
Christus
elkander
zeggen:
Laat
uitgaan.
zelf
zittende
Men kan
niet
zoo eens
nu even saam Avondmaal houden.
ons
als vrienden
en geestelijke dingen besprekende, tot elkander
Avondmaal zijn. moet toekomen.
Het
is
Niet
wij
schenkt het ons.
Het
is
Dat zou geen
Avondmaal maar Hij instelling. En alleen
altoos van Christus dat ons het
dragen het Avondmaal
zijn instituut, het is zijn
Hem
op,
van Hem ons toekomt, wordt hetgeen plaats grijpt als Sacrament door ons genoten. Dit nu moet daarin uitkomen, dat het bediend wordt door het ambt. Niet om daardoor de personen in het ambt te als
het
verheffen. Integendeel, in
Ze dienen, ze bevelen
voeren
stellen
ze
uit.
hun ambten
zich
Als
in in
zijn
dienst,
een
ze niets dan dienstknechten.
ze ontvangen bevelen, en die
oorlog de bevelhebber van het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's