Onze eeredienst - pagina 513
DE BAN EN WEDEROPNEMING.
500
de Mededeeling, het Vermaan en het Gebed gaat het geheele Formulier op. Het eerste stuk de mededeeling draagt uiteraard een officieel :
Zulke mededeelingen waren telkens
in de Gemeente aan de Waren er leden van elders in de Gemeente gekomen, dan werden hun namen afgelezen. Waren er leden naar elders vertrokken, zoo werd hiervan mededeeling gedaan. Zoo ging het bi] huwelijken. Zoo ging het ten deele ook bij de Doopen. De Gemeente is er niet om den
karakter.
orde.
Kerkeraad,
maar
Gemeente
heeft er
en
rechtstreeks
ten
deze
de
Kerkeraad
daarom belang bij, te moet zij haar invloed
Gemeente. Heel de weten wie tot haar behooren, kunnen doen gelden, zoo er
Nu
verkeerde practijken insluipen.
meenten, die duizenden leden
men
voor
er
is
elkander persoonlijk
tellen,
Men
niet.
de
blijft
groote Ge-
dit bij
vanzelf zonder effect.
herkent de afgelezen
Dan kent namen niet.
op dorpen of in kerspelen deze aflezing of mededeeling wel terdege van belang. Men kent er elkaar, en men weet over wie het hier gaat. Zoo was het dan ook natuurlijk, dat in den aanvang, toen de Gemeenten nog klein waren, de leden der Gemeente in de zaken van Tucht gemengd werden. Uit het Formulier blijkt dan ook, dat de Gemeente gekend werd niet alleen in de afsnijding of Ban, maar ook in de Censure, en zelfs in wat aan de Censuur voorafging. Er staat toch, dat de Gemeente bij zekere trappen aan de Gemeente heeft voorgehouden, dat zekere N. N. ergernis gegeven had, en zelfs dat ook aan de Gemeente was meegedeeld, waarin deze ergernis had bestaan. Dit geschiedde dan met naam en toenaam, met opgave van het kwaad waaraan deze N. N. zich had schuldig gemaakt en met aanwijzing van de trap van Tucht, die reeds op hem was toegepast. En dit was geschied, niet om zekere nieuwsEr
is
geen saamleven.
gierigheid te
om
bevredigen, maar
te
betrekken,
schuldige
Daarentegen
tot
en
te
vorderen
berouw en
de Gemeente zelve
dat
boete
te
is
zij
daarna
brengen.
de tuchtzaak
om
den
Er staat toch met zoo-
vele woorden, dat de vroegere mededeeling aan de
uwe
in
medewerkte
Gemeente
heeft plaats
vermaningen en gebeden, tot God zich mocht bekeeren, en uit den strik des duivels (die hem gevangen houdt tot zijnen wil) los geworden zijnde, ontwaken mocht tot den wil des Heeren". De conclusie, dat deze N.N. onboetvaardiglijk bleef, wordt dan ook niet afgeleid uit wat de Er kerkeraad zelf opspoorde, maar uit het getuigenis der Gemeente. gehad, teneinde de gecensureerde „door
volgt toch
:
„Maar
wij
kunnen
dat ons tot nog toe niemand staan
gegeven
heeft,
dat
hij,
u is
Christelijke
met groote droefheid verschenen, die
in
het
niet
verbergen,
minste
te
ver-
door de menigvuldige vermaningen aan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's