Pro rege - pagina 130
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
PRO REGE.
124
lieden te noemen, die onder hen den toon aangeven, ontleenen aan
voor Jezus
roepen
het
wanden der eere
dan
en
der Religie allerwegen in
bedding gedaald
zijn
komen, dat de geloovigen zich
in
ongeloovigen
en
onomwonden
dat
uit,
wat oor-
uit
name de
te zeer getemperd
al
geestdrift
het Heilige, de
in
te
zouden,
ook onder ons verachtering
onder ons maar
En om
is.
opzicht niet
dit
verheffen
ren valt, en dat met
de geloovigen
dat,
feit,
de stroom van het Godvrucbtige leven, de stroom
ook,
twijfelaars
den Koning der
gedaald. Ter verklaring van dit teleurstellend
tint
wezen we op het onloochenbaar
verschijnsel
zaak
meer. En zelfs binnen de
bezieling
Keri< is het lofzingen voor Christus als
toon
in
geen
in
boven de
fier
spraken
genade
voor-
te
te
we
het
bespeu-
voor Jezus' Koninklijke eere ook
De onderscheiding tusschen
is.
naamgeloovigen
in
den Voorhof, en
de ongeloovigen, die zelfs nog achter den Voorhof terugtraden, gaf daarbij
we
aan tusschen wat
verschil
het
onze
breedere
onzen engeren kring
in
omgeving om ons waarnemen. En
en
in
om
tegen zelfverheffing te waarschuwen en van een te hard oordeel
nationale
over de afgegledenen en twijfelmoedigen af
van de algemeene dwaling zijn
den stroom van het religieuse bewust-
in
zal
nationale
't
de breede schare weer
menschelijk
sympathie, op,
indien
algemeen
hart
te
geven. Zullen
omgeving weer ten goede werken kunnen, iets
althans van de eere van Jezus'
Koningschap gaan verstaan, dan baat van
manen, poogden we
een aan de werkelijkheid ontleende verklaring
we ook op onze en
te
in
't
niet,
of ge al
de boosheid
hen aanklaagt. Invloedoefening vraagt
en
sympathie voor wie afdoolden komt dan eerst
ge
klaar
en
menschelijk
helder
bewustzijn
inziet,
op
dat
in
u
de strooming van het
elk gebied beheerscht
wordt
door tijden en omstandigheden, en dat die tijden en omstandigheden in
de
dagen
onzer
vaderen
voor de belangstelling
even buitengemeen gunstig waren, zijn
geworden
;
en
ongunst der tijden
als ze
in
de Religie
thans uitermate ongunstig
indien ge, erkennende hoe ge ook zelf
deelt, u
met
uw afgegleden
in
die
volk lotgemeen gevoelt,
en dus ook wel den toorn, maar toch meer nog de zoekende liefde
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's