Pro rege - pagina 374
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
368
PRO REGE.
nam de
Vooral sinds de Reformatie
vergetellieid der
goede engelen
Dit verklaart zich daaruit, dat de eerbied voor de engelen al-
toe.
was gegaan
lengs over
hun
het aanroepen van de engelen,
in
invloed invloed op den Christus uit
te
om
door
oefenen, en hiertegen-
over stelden de Reformatoren, dat Christus onze eenige Voorspraak
we noch
en dat
is,
ding
der
de voorbidding der heiligen, noch
engelen behoeven, als factoren die zich tusschen ons en
den Christus zouden inschuiven. Hiermee werd engelen
de voorbid-
niet
niet betuigd, dat
de
voor ons bidden, noch ook dat de heiligen onzer
in
hun smeekingen
gedenken zouden, maar alleen uitgesproken,
niet
dat wij zelven, als verlosten en kinderen Gods, de toeleiding en den
toegang
den
tot
tusschenschakel Christi
Maar
we
gelijk het
immers
Hij
engelen
veel
te
„leeft
om
Dit
is
voor ons
men
om
te
zich
bidden."
ook
keert,
uitersten te
in
op den voorgrond geplaatst, en zag
men
maar om
nu
op
zoodoende
er
die tusschen ons en den Christus
in,
toen in de dagen der Reformatie
te
keer ge-
beurt naar den anderen kant te over-
zijn
en de engelenscharen zoo goed als geheel
drijven,
alzoo geen
en voorbidding
liefde
had men de tusschenkomst en de beteekenis der
tusschenpersonen
soort
stonden.
uit
onze
religie
bannen.
te
Er
onder ons, die ganschelijk niet meer met de engelen
er
zijn
nog wel gelooven aan hun bestaan, maar
rekenen;
die
anders
in
zien,
En
nu
dit
is
in
winbre
leert.
wel bewaard." En Jezus
„Des Heeren engel schaart een onver-
hem
zelf
is."
altijd
Het
is
zien
dan
het
ook
Gods wet
die
betracht.
Zoo
is
hij
heeft betuigd: „Zie toe, dat ge niet
een van deze kleinen veracht, want
hemelen
weinig
openlijke tegenspraak met wat ons de Schrift omtrent
legermacht rondom
den hemel
er
dan een ornament van glorie voor Gods heerlijkheid.
de wereld der engelen
in
van de
gemeenlijk gaat, naar wat kant
Eerst
vervallen.
gaan,
ons
altoos geneigd tot overdrijving, geneigd
zijn
een
om
behoeven,
verzekeren.
te
we
der genade hebben, en dat
troon
ik
zeg ulieden, dat hun engelen
aangezicht al
te
mijns Vaders die
in
de
ongerijmd, wel een gestadige
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's