Onze eeredienst - pagina 542
DE BEVESTIGING
538
HET AMBT.
IN
men, in zich besluit. Iets wat wel het sterkst blijkt uit wat Johannes op Patmos, blijkens Openbaringen 4, in den geopenden hemel zag, t.w. den troon Gods en daarom de 24 Ouderlingen. Niet Leeraren en Ouder-
maar
lingen,
niemand
24 Ouderlingen
uitsluitend
een aanduiding waaruit wel
;
zal afleiden, dat dit alleen sloeg
op wat
nu Ouderlingen De Schrift is nu eenmaal
noemen en niet tevens de Leeraars insloot. Wetboek of reglement, waarin tot in de
geen aan
kerk
de
haar
beginselen
aan
toepassing,
maar
wikkeling Dit nu
is
en
van in
levensregel
toont
kleinste bijzonderheden Schrift geeft
de historie die beginselen
in
beginselen
ons Formulier
De
voorgeschreven.
is
om
aan de kerk zelve over,
laat het
deze
wij
te
in
hun
eerste
de verdere ont-
het licht des Geestes te vinden.
bij
weinig
tot zijn recht
gekomen, en
hieruit
het te verklaren, dat het zich op twee uitspraken van Paulus beroept,
is
die
noch
De
eerste
die
wel
de ééne noch de andere een verplichtend karakter hebben. is
vinden
te
in
Tim. 5
dubbele
regeeren,
dezulken die arbeiden
in
het
:
17,
waar
waardig
eer
woord en
staat dat
zijn
in
te
„de Ouderlingen
achten, voornamelijk
de leer". Hieruit wordt dan
is, maar op zichzelf nog allerminst op de inzetting van een bepaalde instelling duidt En nog poverder is het beroep op Romeinen 12 8, dat evenzoo in het Formulier wordt aangehaald, waar we lezen „Hebbende nu onderscheidene gaven, zoo laat ons die gaven besteden die vermaant, in het vermanen; die uitdeelt in eenvoudigheid; die een voorstander is,
dat er tweeërlei soort Ouderlingen waren, wat juist
afgeleid,
:
:
;
in naarstigheid
gaven
is
Van de zoodoende de
die barmhartigheid doet, in blijmoedigheid".
;
men
hier
op het ambt overgegaan, en
heeft
gevolgtrekking
gemaakt, dat voorstanders hier Ouderlingen bedoelvan de Leeraren en Diakenen onderscheiden waren. Reeds het feit echter, dat er eerst gesproken wordt van uitdeelen in eenvoudigheid, en daarna van voorstaan in naarstigheid en dan van barmhartigheid doen in blijmoedigheid, toont dat er op die manier twee soorten van Diakenen zouden moeten zijn, de eene soort voor het den,
die
uitdeelen,
en
andere voor het doen van barmhartigheid, wat niet
de
uit deze aanhalingen worden opgemaakt, dat er in onderscheiden Gemeenten behalve de Leeraars ook nog andere Ouder-
Terecht kon
kan.
lingen
aan uit
de
plaats
toe
waren aangesteld, maar het gevolg De mededeeling van een
de historie.
omstandigheid, greep,
zoo
gewoonte,
is
blijven
om
dat
in
iets
zonder meer niet moet.
Het
is
hieruit te trekken, verbleef feit
is
geen lastgeving, en
Christelijke
Gemeente
af te leiden, dat het tot
den einde
de
eerste
dan ook alleen de destijds bestaande met een tekst uit te maken, die den
elk punt in geding
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's