Onze eeredienst - pagina 525
DE BAN EN WEDEROPNEMING.
zijn
van
betuiging
voorgaat,
boete
hem
noodigt
berouw
en
alsdan
uit,
te
voor
521
hei halen.
het
De Dienaar
oog der Gemeente
die te
antwoorden op de vraag die hem zal worden voorgelegd. Welbezien zijn het meerdere vragen, maar om het toch reeds zoo pijnlijke van deze vragen niet noodeloos nog pijnlijker te maken, is het al in één vraag saamgevat. Hetgeen in die, vraag vervat is, komt neer op deze vijf punten: 1 moet hij betuigen oprecht berouw te gevoelen niet alleen over zijn zonde, maar ook over de hardnekkigheid, waarmee hij zich onberouwelijk in zijn zonde gehandhaafd heeft; 2 moet hij erkennen, dat zijn afsnijding van de Gemeente rechtvaardig is geweest; 3 moet hij belijden te gelooven, dat Christus hem vergeven heeft; 4 U moet hij beloven voortaan in alle Godzaligheid te zullen wandelen; en 5 verklaren dat het zijn begeerte is weder in de Gemeente te worden opgenomen. Een geloofsbelijdenis wordt niet afgenomen. Wel toch staat de wederopneming in de Gemeente feitelijk gelijk met de opneming in de Gemeente van de Catechumenen, maar het is wede r-opncming. De delinquent is lid der Gemeente geweest, hij was tot het Avondmaal toegelaten, Te zijnen opzichte is alzoo hij had aan den heiligen Disch aangezeten. niet anders noodig, dan dat hetgeen tusschen hem en de Gemeente was komen te liggen, weer worde weggenomen. Daardoor wordt de gemeenschap hersteld en leeft dus ook zijn vroegere geloofsbelijdenis weer op. Hierbij zij opgemerkt, dat het Formulier niet spreekt van dwaling, maar uitsluitend van zonde, en aldus niet slaat op het geval dat iemand door verregaande ketterij den naam des Heeren beleedigd had. Ook wijst de vermelding van de medezuster, naast den medebroeder, er wel op welke zonde men hier in 't bijzonder op het oog opstaan
willen
had.
Volledig
behoort. lijk
zijn.
en
is
te
willen
dit natuurlijk
niet.
Theoretisch
is
het niet gelijk het
Afsnijding kan zoowel tengevolge van ketterij, als van zede-
vergrijp volgen, en het Formulier
Practisch
daarentegen
is
dit
had ook hierop bedacht moeten niet noodig geacht, daar men op
het stuk van de leer zeer toegevend was, en feitelijk schier uitsluitend
met zedelijke ruwheden te kampen wist. Heeft nu de gegadigde broeder of zuster op deze vraag in het midden der Gemeente met een Ja ik, geantwoord, dan gaat de Dienaar niet met ik, maar met een plechtig wij tot de wederopneming over. Dat wij sluit dan in den Kerkeraad en de Gemeente, en de Dienaar :
Formulier
die
het
Hij
verklaart
broeders
en
dat
is hierbij slechts de tolk van zijn broeders. met deze leden van den Kerkeraad en met de „alhier vergaderd is in den uit de Gemeente,
leest, hij
zusters
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's