Onze eeredienst - pagina 48
;
DE FORMULIERGEBEDEN.
44
van
zijn bidden,
dan dat
waarlijk een voorbidder zo u zijn, die zelf
hij
wegvalt, en de Gemeente bidden laat door zijn Dit maakt dan, dat het gebed
een
biddende
resumtie
der
m ond.
veel een betuiging een redeneering,
te
,
word t, en
predikatie
dat er van een af-
smeeken, van een afbidden van iets ternauwernood sprake is. Indien men, na afloop van zulk een gebed, een pauze hie ld, en een ieder de vraag liet beantwoorden Wat hebt ge nu van uw Go d af:
kan men zeker zijn, dat in verreweg de meeste gevallen, s chier niemand zou weten te antwoorden. Iets wat men nu den voorbidder niet te hard moet aanrekenen; want
gebeden ?
zoo
moeie lijk. Maar wat toch toont, menig gebed iets hapert. En dan komt hier nog iets anders bij, dat we noode aanstippen, maar toch niet geheel verzwijgen mogen, t. w. dat er in zulk een vrij gemeenschappelijk gebed voor den voorbidder allicht zekere verzoeking tot zonde schuilt. Men kent de uitdrukking „mooi bidden," een uitdrukking die niet zeer heilig is, maar die dan toch uitdrukt, dat iemand de gave bezit,
voorbidden
in
een gemeente
is
zoo
uiterst
dat er aan zulk gemeenschappelijk bidden in
:
om
in
roerende
alzóó
taal
in
hem
het gebed voor te gaan, dat het
gebed meê op te nemen, zoodat ze ook zelven biddende stemming geraken, en voelen dat ze gebeden hebben. Dat vindt de Gemeente dan terecht heerlijk. Soms is het een verademing op die manier eens samen te kunnen bidden.
gelukt, anderen in zijn in
Maar .... en dit vergete men niet, dat „mooie bidden" wekt maar al te dikwijls de ijdelheid in den voorbidder op. Hij merkt allengs, dat hij deze kunst verstaat. Hij komt er achter, dat die gave hem gegeven is. En gelijk elk talent, zoo poogt nu ook de gebedsgave hem te verlokken, dat hij er eigen eer in ga zoeken. En al is het
dan,
dat
hij
waarlijk
biddende,
roerende,
hartaangrijpende
en
dan heeft hij toch zijn loon weg, en is zijn gebed bezoedeld voor God gekomen. Zij die gewoon zijn, het voor een zoo uitgemaakte zaak te houden, dat een formuliergebed Gode onwaardig is, en dat bij het bidden vooral de werking des Geestes eeniglijk moet spreken, zullen daarom wel doen, ook de schaduwzijde van dit vrije gebed in de Gemeente in te denken. Zeker het afprevelen van een opgezegd gebed is weinig stichtelijk maar onze kerken zouden zich zelve niet kennen, als ze waanden, zielmeesleepende
taal
dat al wat bij ons den Heilige was.
sprak,
„bidden" heet, waarlijk uitstorting der
ziel
voor
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's