Onze eeredienst - pagina 373
BEDIENING VAN DEN HEILIGEN DOOP.
sprake
geen dat
en of het zaad der wedergeboorte
zijn,
kindeke
369
indaalde,
Gods geheimnis.
is
Niet
in
het hart van
wij die het weten.
waarneming, onderzoek en controle ontbreekt ons. We kunnen te doen hebben met een uitverkorene, we kunnen ook te doen hebben met een mensch die straks den naam van Jezus lasteren Elk
van
middel
ook met een die lauw zichzelf zou er dus geen enkele reden of oorzaak zijn, om dat kindeke den doop toe te dienen. Let men alleen op dat kindeken zelf, dan komt het voorden Doop zelfs niet in aanmerking. Wel sloop hier een andere meening in, gelijk men die bij de Lutherschen, bij de Roomschgezinden en bij de Grieksche kerk vindt, doch dan gaat men uit van een beschouwing van den Doop zelven,
Met één
zal.
die straks
en dien Jezus
is,
uit
zijn
koud
of heet zal zijn, of
mond
zal
spuwen.
Op
Gereformeerden is. Onze belijdenis was en is steeds, dat de Doop zelf de genade niet aanbrengt, en dat alzoo de wederBuiten den geboorte niet door den Doop als middel tot stand komt. Op kring der Gereformeerden daarentegen oordeelen velen zoo wel. die niet die der
leert men dan, dat de Doop niet een teeken en genade, maar instrument van een genade ontvangen zegel is van een Hoe dit verder die pas door en onder het Sacrament tot stand komt.
verscheiden
manier
Niet allen wordt, kan hier buiten beschouwing blijven. doen dat op dezelfde manier. Maar het gevoelen is en blijft dan toch dat men niet behoeft te vragen wat in het kindeke is, maar aan het
uitgeplozen
kindeke door den vereischte zal
er
is
dan
niet.
zelf
Een voorgenoeg, dat het kindeke, dat gedoopt
de zaak des heils toebrengt.
Het
is
zich niet verzet, wat het niet kan, en dat er een
worden,
het ten
Doop
Doop
brengt, en die den
Doop voor
is,
die
dat kindeke zoekt.
Stond nu zoo metterdaad de zaak, wat zou dan beletten elk kindeke werd aangebracht, te doopen ? Wie een levend wezen begena-
dat
digen
kan,
natuurlijker, in
het
dellijk
en
het
niet
doet,
is
doophuis werd ingedragen, en tevens te
doopen.
Niets dus
de liefdeloosheid zelve.
dan dat men den regel opstelde, Het kon sterven, en dan
om om
alles te
doopen, wat
elk kindeke
stierf het
onmid-
buiten genade,
Vandaar dan ook, dat de Roomschgezinden onmiddellijk het pasgeboren kindeke naar het doophuis brengen, Dit en dat zij zoowel als de Lutherschen den nooddoop huldigen. Al alles hangt saam, en vloeit uit het ééne gronddenkbeeld voort. zulke Doop staat dus vanzelf buiten de vergadering der Gemeente. Men kan en mag niet wachten. Of de Gemeente vergaderd is of niet, en
de
dat
door
Doop moet
onze
schuld.
onverwijld doorgaan, en ontbreekt de
tijd
om
naar het
24
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's