Onze eeredienst - pagina 285
INLEIDING DOOR GEBED OF GEZANG.
281
Voeg daar nu bij dat, om de galerijen, onze kansels meest zeer hoog zijn, zoodat wie aandachtig luisteren wil, het hoofd eenigszins achterover moet buigen, en dat sommige voorgangers den Dienst twee volle uren rekken, en ge verstaat het, wat onnatuurlijke spanning het
om
twee
uren lang, in die houding, aldoor den zin uit op te vangen. De meesten kunnen dat dan ook Ze dwalen af. Ze zoeken afleiding. Zelfs zijn er, niet volhouden. En juist dat slapen in de kerk is iets, dat men die er bij inslapen. in den beter georganiseerden Dienst van andere kerken niet vindt, omdat men daar ook liturgisch met de spanning van het gehoor gegeeft,
alzoo
die ééne zelfde stem
rekend
heeft.
kanselen
Eerst
als
de
predicatie
begint,
blijft
daarom
een verbetering, waartoe het vroeg of laat ook onder ons
in
ons oog
komen moet.
duur van den Dienst in tweeën te breken, en het aandachtig volgen van den Dienst gemakkelijker te maken. En ook, alleen op die wijs ontstaat wel wezenlijk de indruk, dat er nu iets anders, dat nu het meer subjectieve deel van den Dienst zóó
Alleen
is
waarlijk
de
lange
begint.
Toch
we
zeer goed, dat dit niet op eenmaal is te veromdat de meeste kerkgebouwen er zich, gelijk ze nu zijn, niet toe leenen. Maar daarom moet er dan ook te meer op aangedrongen, dat althans door den voorganger alles gedaan worde wat wél in zijn macht is, om de eenheid van den dienst te breken krijgen;
verstaan
reeds
niet
en den overgang van het ééne naar het andere deel voelbaar Dit als stille
nu wordt bereikt, zoo
doel
iets
op
dat
rust
laat
hij
te
maken.
het eerste deel van den Dienst,
zich zelf staat, afsluit, en daarna een oogenblik van intreden.
Velen
beelden
zich
in,
dat rust voor den
geen pas geeft; en dat er geen oogenblik mag zijn, of hij moet iets doen of iets zeggen. Men denkt dat de stem rusteloos moet worden gehoord. En juist dat vermoeit zoo, terwijl juist een oogenblik van rust verademing geeft. En waar op die wijs, door een oogenblik van rust, zekere ontspanning is ingetreden, is dan het Gemeentezang op zijn plaats, mits ook dit niet gejaagd worde ingezet, maar rustig worde aangekondigd, en prediker
zich statig verheffe.
Gemeentezang abdiceert om zoo te zeggen de Dienaar. Of ook, zoo en de Gemeente komt aan het woord. hij medezingt, zingt hij mede niet als een Dienaar, maar als één van de broederen. Onder hot gezang gaat hijzelf in de Gemeente op. Hiermede is niet gezegd, dat het gezang niet óók in de predicatie
Onder
Hij
het
zwijgt
dan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's