Pro rege - pagina 563
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
DE HEILIGE GEEST.
557
Let nu op Jezus' hoogepriesterlijk gebed, tot den Vader in
de bange ure toen
ik
bid
mij
zou gaan naar Gethsémané
voor hen, opdat ze allen één
en
ik
gegeven
U, dat ook zij
in
Voeg
mij."
uit
hij
de
daarbij
in
belofte
gelijk wij.
zijn,
ons één
zijn.
diezelfde
in
Ik
„Vader,
:
Vader,
Gij,
in
hen, en Gij in
in
ure aan zijn jongeren
Vader komen zou om woning
„dat hij met den
:
opgezonden
bij
hen
te
maken." Vereenig hiermee de toezegging, dat het hun nut was, dat hen
van
hij
want dat
ging,
door van hen
eerst
hij
te
gaan hun
den Heiligen Geest, den Trooster, zou kunnen zenden, en dat deze
hem nemen
het alles uit
zou,
om
hun toe
het
zegt u immers, hoe de Christus zich er
dat
hij
eerst
de
en
kunnen
herstellen.
menschen kon was,
onheilig
God kon
God
Immers
uit
worden,
menschen
's
menschheid zou
zijn
gemeenschap tusschen God en
die volle
tenzij
eerst alle zonde, al
was weggedreven. De
hart
wonen waar zonde woont. Vandaar
gemeenschap tusschen God en mensch alleen den Christus zelven,
in
alles
en menschen zou kunnen te niet doen
niet hersteld
niet
En
volkomen van bewust was,
gemeenschap tusschen God en
innige
brengen.
Koning op den troon der heerlijkheid gezeten de
als
tusschen
verwijdering
te
heilige
dat de eerste
stand kon
tot
wat
komen
hem, die wel onze menschelijke natuur
in
Op
had aangenomen, maar zonder zonde.
zich zelf zou alzoo voor
ons die gemeenschap eerst hebben kunnen intreden na ons sterven,
we
als
in
wat zeggen
den dood aan wil, dat, tot
alle
zonden zullen
zijn
op de wederkomst des Heeren, geen innige
gemeenschap met God, geen inwoning van God ons hart
denkbaar zou
met Jezus
verbonden
zijn
Gods hebben bezeten, indien
Hoe
was
nu
geloovigen,
in
den tempel van
discipelen, hoe innig
ook
hun
hart toch geen woonstede
het hierbij gebleven was, en zoo niet
wonder van de
kort na Jezus' Hemelvaart
der
De
geweest.
in
door het geloof, en hoe ook ambtelijk met
gaven des Geestes gesierd, zouden
het groote, machtige
afgestorven, iets
uitstorting des Heiligen Geestes
had plaats gegrepen.
die uitstorting mogelijk en denkbaar in den kring die,
hoe
hoog
ook
den
Christus
eerende,
toch
*
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's