Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Pro rege - pagina 563

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Pro rege - pagina 563

of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid

2 minuten leestijd

DE HEILIGE GEEST.

557

Let nu op Jezus' hoogepriesterlijk gebed, tot den Vader in

de bange ure toen

ik

bid

mij

zou gaan naar Gethsémané

voor hen, opdat ze allen één

en

ik

gegeven

U, dat ook zij

in

Voeg

mij."

uit

hij

de

daarbij

in

belofte

gelijk wij.

zijn,

ons één

zijn.

diezelfde

in

Ik

„Vader,

:

Vader,

Gij,

in

hen, en Gij in

in

ure aan zijn jongeren

Vader komen zou om woning

„dat hij met den

:

opgezonden

bij

hen

te

maken." Vereenig hiermee de toezegging, dat het hun nut was, dat hen

van

hij

want dat

ging,

door van hen

eerst

hij

te

gaan hun

den Heiligen Geest, den Trooster, zou kunnen zenden, en dat deze

hem nemen

het alles uit

zou,

om

hun toe

het

zegt u immers, hoe de Christus zich er

dat

hij

eerst

de

en

kunnen

herstellen.

menschen kon was,

onheilig

God kon

God

Immers

uit

worden,

menschen

's

menschheid zou

zijn

gemeenschap tusschen God en

die volle

tenzij

eerst alle zonde, al

was weggedreven. De

hart

wonen waar zonde woont. Vandaar

gemeenschap tusschen God en mensch alleen den Christus zelven,

in

alles

en menschen zou kunnen te niet doen

niet hersteld

niet

En

volkomen van bewust was,

gemeenschap tusschen God en

innige

brengen.

Koning op den troon der heerlijkheid gezeten de

als

tusschen

verwijdering

te

heilige

dat de eerste

stand kon

tot

wat

komen

hem, die wel onze menschelijke natuur

in

Op

had aangenomen, maar zonder zonde.

zich zelf zou alzoo voor

ons die gemeenschap eerst hebben kunnen intreden na ons sterven,

we

als

in

wat zeggen

den dood aan wil, dat, tot

alle

zonden zullen

zijn

op de wederkomst des Heeren, geen innige

gemeenschap met God, geen inwoning van God ons hart

denkbaar zou

met Jezus

verbonden

zijn

Gods hebben bezeten, indien

Hoe

was

nu

geloovigen,

in

den tempel van

discipelen, hoe innig

ook

hun

hart toch geen woonstede

het hierbij gebleven was, en zoo niet

wonder van de

kort na Jezus' Hemelvaart

der

De

geweest.

in

door het geloof, en hoe ook ambtelijk met

gaven des Geestes gesierd, zouden

het groote, machtige

afgestorven, iets

uitstorting des Heiligen Geestes

had plaats gegrepen.

die uitstorting mogelijk en denkbaar in den kring die,

hoe

hoog

ook

den

Christus

eerende,

toch

*

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's

Pro rege - pagina 563

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's