Onze eeredienst - pagina 49
DE FORMULIERGEBEDEN.
45
IX.
De Formuliergebeden (Vervolg).
Toonde ons vorig artikel, hoe op den onbepaalden lof voor het vrije gebed meer dan men denkt valt af te dingen, anderzijds pleit voor het formuliergebed meer dan men oppervlakkig zeggen zou. Natuurlijk staat, in het algemeen beschouwd, het vrije gebed, zoo het metterdaad geheel uit „den Geest der genade en der gebeden" opkomt, verreweg het hoogste en alle euvel, dat aan het vrije gebed kleeft, is ;
steeds daaruit
te
verklaren, dat
op het gegeven oogenblik die „Geest der
den voorbidder niet of niet genoegzaam inwerkt. Die Geest, ieder onzer weet het uit eigen ervaring, werkt lang niet
genade en der gebeden"
in
altijd.
Ten
als die
werking des Geestes ontbreekt
bidden,
Nu
volle slechts zelden.
hetzij,
dat
men
zijn
En
hieruit
nu
volgt, dat
men
hetzij,
ongenoegzaam is, niet moet toevlucht moet nemen tot een hulpmiddel. of
Doopersche kringen het eerste vaak voorgestaan. Als bij het aan tafel gaan, niemand den Geest der gebeden vaardig over zich voelde worden, dan zat men eerst eenige oogenblikken stil, of er ook iets kwam, en kwam er niets, dan ging men eten zonder gebed. Zelfs in de openbare samenkomsten der geloovigen volgde men soms dit stelsel. Had niemand een gebed, dan werd er eenvoudig God kreeg de varren der lippen niet op zijn altaar, niet gebeden. en de gemeente ging ongesticht weer huiswaarts. Dit nu bepleit in Gereformeerde kringen niemand. Zelfs in Doopersche kringen gaf men deze wijze van doen spoedig op. We staan alzoo voor het feit, dat én in huis, én op samenkomsten, én in de vergadering der geloovigen, telkens het voorbidden eisch en aan de orde is. Maar ook voor dit andere feit, dat volstrekt niet altijd juist op dat oogenblik de „Geest der gebeden" vaardig is over hem, die in het gebed zal voorgaan. En uit de vereeniging nu van deze twee feiten, volgt als vanzelf, dat men dan zijn toevlucht wel moest nemen tot een hulpmiddel. Wat is nu in zulk een geval het meest voor de hand liggend hulpmiddel? Vind het antwoord op die vraag bij het kind. Een kindeke van vier, vijf jaar moet bidden, maar zelf kan het in den regel nog niet bidden. En wat geschiedt nu ? Dit, dat de vader of moeder aan het kind een gebedje voorzegt, en dat het kind, dat geis
in
bedje eerst nazegt, en straks het van buiten kent, en zelf bidt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's