Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Onze eeredienst - pagina 138

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze eeredienst - pagina 138

2 minuten leestijd

HET KERKGEBOUW.

134

de Schrift als Schrift niet genoegzaam tot haar recht komt. Het moet uit dien hoofde toegegeven, dat naast de prediking, aan de lezing van de Schrift als zoodanig, een eigen zelfstandige plaats

van

toekomt.

Niet natuurlijk bij de verkeerde opvatting, alsof heel het kerkgaan het aanhooren van een preek bedoelde, en dat al het overige slechts

franje

maar wel

is,

godsdienstoefening

een

als

bij de Gereformeerde opvatting van de samenkomst, een bijeenkomst, een ver-

gadering van de geloovigen.

Doch dan

ook vanzelf, dat deze lezing niet met versnelden pas, even vóór den Dienst moet worden afgedaan, maar dat ze behoort plaats te grijpen in den Dienst, en als deel van den Dienst, zóó dat die Dienst zonder zulk een lezing onvolledig zou zijn. Alzoo niet vóór het votum, maar nadat de vergadering geopend is. spreekt

het

Niet als iets dat vluchtig en in haast even wordt afgedaan, en alsof

de

eigenlijke

Dienst

pas

begint

als

de Lezer zwijgt en de Dienaar

maar zóó dat eerst de vergadering geopend worde, en dat de lezing intrede op dat punt van den Dienst, waar ze de beste en rijkste begint

;

uitwerking kan hebben.

Geen oogenblik mag de indruk gevestigd worden, uit

de

alsof de lezing

Heilige Schrift een ondergeschikt karakter droeg, en alsof het

lezen of uitspreken van de predikatie hier verre in waardij bovenstond.

De altoos

Schrift

als

de

onopgeloste,

hoog boven de prediking

gave Gods, staat den altoos feilbaren mensch

rechtstreeksche

die door

geschiedt.

En ook

dat de lezing der Schrift niet, als ware ze minder aanbelang, van de ambtsdragers op een buitenambtelijk persoon moet worden overgedragen, maar geschieden moet door de volgt

hieruit,

van

Opzieners. Alleen

ter

onderscheiding

is

dan

ook van

oudsher de gewoonte

ingevoerd, dat een ander zou prediken, en een ander zou lezen; gelijk

nu nog

in

de kerk van Engeland de lezing zoo mogelijk altoos, even-

de prediking, door een Dienaar des Woords geschiedt. wat ook hier weer niet werktuiglijk worde verstaan, alsof van dezen regel niet kon worden afgeweken. Is er in een dorpskerk

als

Iets

niemand

onder

de Opzieners die stem, zin en tact voor openbaar dan belet niets dat de Opzieners dit door een der broederen laten doen. Alleen maar wie dan leest, hebbe niet de rol van schoolmeester, noch die van een gehuurd persoon, maar trede op in lezen

heeft,

zijn qualiteit als lid

der vergadering.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's

Onze eeredienst - pagina 138

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's