Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Onze eeredienst - pagina 250

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze eeredienst - pagina 250

2 minuten leestijd

GEEN BIECHT.

246

nog

nu

zou en

uitgaan,

woord van

dat

onzen

Heiland

tot

dezen

en

genen

het zich hoorde toespreken, zou er zalig in

die

hij

zijn.

ook volstrekt niet te bevreemden, dat reeds spoedig in de Christelijke kerk de poging van de zijde der voorgangers gewaagd werd om den geloovigen ten deze ter wille te zijn. Men beleed dan zijn zonden. De regel stond vast dat alleen beleden zonden vergeven werden. En in dat belijden van de verborgen zonden des harten werd dan zulk een blijk van oprechtheid en gebrokenheid des harten geëerd, dat men achtte op dien grond te kunnen vergeven. Later ontving deze belijdenis van zonden en de haar volgende absolutie zekere regeling, en ten slotte is alzoo de Biecht opgekomen, die in de Reformatie niet geheel is afgeschaft, maar met name bij de Lutherschen nog stand hield, en in sommige streken van Duitschland en Engeland thans weer opleeft. Men beriep zich dan op Jezus' uitspraak tot zijn apostelen „Wien de zonden vergeeft, dien zijn ze vergeven", en verklaarde zulks gij in dien zin, dat deze apostolische macht in de kerk, zij het ook in Het

behoeft

dan

ons

:

gewijzigden vorm, voortleefde.

Dat temin

dit

intusschen de Gereformeerden niet overtuigd heeft, had niet-

zijn

goeden grond. dat Jezus wel

duidelijk,

alvorens een zieke er

te

geen sprake van

tijden

tot

ontvangen.

Al aanstonds toch

eigener

schuldbelijdenis

een enkele maal, meest

dat óf de discipelen óf de schare op geregelde

is,

bij

beweging,

het uit de Evangeliën

genezen, de zondenvergeving uitsprak, maar dat

Jezus zouden gekomen Zelfs

is

hen,

die

zijn,

om

absolutie

of biecht allerminst regel.

biechten en absolutie

te

ontvingen,

is

En evenzoo

te

voorafgaande is

het uit de

Handelingen der Apostelen en uit de brieven der Apostelen duidelijk, dat van een geregelde biecht en absolutie in den kring der Apostelen niets te

bespeuren

valt.

Ook

bij

de aanstelling der Presbyters, en

de pastorale brieven aan Timotheüs en Titus

is

van zulk een

in

instelling,

onmisbaar voor het gemeenteleven, zoogoed als geen spoor te ontdekken. In Jac. 5 16 staat wel: „Belijdt eikanderen uwe misdaden", maar dit is heel iets anders dan een biecht bij daarvoor aangestelde personen. En zoo men verwijst naar vs. 14, dat een kranke de ouderlingen der gemeente zal roepen, zoo zij vooreerst opgemerkt, dat dit op kranke personen en niet op gezonde slaat, en ten andere dat als vrucht van het gebed der ouderlingen in de eerste plaats niet de absolutie, maar de genezing wordt genoemd. Alsmede dat in vs. 16 op het: „Belijdt eikanderen uwe misdaden," niet volgt: „opdat gij vergeving moogt ontvangen," (daarover wordt in vs. 15 gehandeld, en wel als een verals

:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's

Onze eeredienst - pagina 250

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's