Onze eeredienst - pagina 186
HET VOTUM.
182
van
God
voor
het
hetzelfde oogenblik
zielsoog
honderden, soms
bij
moet plaats
Dan moet
grijpen.
bij
duizenden, op
er een teeken ge-
geven worden, opdat allen schier op hetzelfde moment hun gedachten saamvoegen en richten op den Eeuwige. Dat teeken nu kan gegeven
worden door een bazuin boven den klank va n snaar gesproken
fee ken
Het gebed
is
hier
juist
als
men
zijn
Nog
altoos
is
of
ander instrument, maar het woord staat
of koper, en
daarom
tfè~ëilf~~riet
votum _als
in.
het
daarom de
plaats
om
iets te
zeggen van het
stil
plaats inneemt. bij
ons gewoonte, dat wie „de kerk" binnenkomt,
hebben bereikt, als man staande, en als vrouw zittende, een persoonlijk gebed fluistert. Hoog slaan we de waarde van dat „stil gebed" niet aan. Doel en strekking er van is natuurlijk, om zijn zin en gedachten tot het „heilige" te verzamelen en van zijn God een zegen te begeeren op wat te geschieden staat. Integendeel we achten zulk Hiertegen hebben we natuurlijk niets. een gebed begeerlijk. Er is zooveel dat afleidt en verstrooit. Satan maakt zich met „de kerk" zoo druk, en slaat nooit een kerkgalrg" over, om te verstoren, zoo dat we wel waarlijk naar een geest elijk wapen grijpen mogen, om meester over onze ziel te^BTyVuii. Ook bktt, wie de liefde kent, niet alleen voor zich zelven, maar ook voor anderen. Ook voor hem, die in den dienst des Woords zal optreden. Alleen maar, we zouden zulk „stil gebed" liever thuis zien p laats hebben, ten einde daardoor te meer nog al wat naar vertooning zweemt na
te
zijn
plaats te
mijden.
De vrouw
is in dit opzicht nog gelukkig. Ze bidt zittende en niemand merkt er van. Maar een man blijft er bij staan, en houdt veelal hoed of pet er bij voor zijn gelaat, als om zich af te zonderen. Maar juist daardoor loopt hij in het oog. Ieder ziet wat hij doet. Ook hoe lang hij bidt. En dan is de ziel soms zoo onvrij, dat ze meer denkt aan de menschen die naar ons zien, dan aan God tot wien het gebed moet uitgaan. Ook is er in dit gebed iets onordelijks. Als iemand bidt, moet wie met hem is, daar eerbied voor hebben, en stille zijn. De gewoonte die aan sommiger tafel heerscht, dat als er een te laat, na het gebed, komt aanzitten, de anderen maar dooreten, en doorrammelen onderwijl hij iets meesmuilt, vinden we afschuwelijk. Laat ieder dan stil zijn, en laat zoo het gebed plaats .
grijpen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's