Onze eeredienst - pagina 236
KNIELEND BIDDEN.
232
oude
het
van
de
eerste
tijden
tijden
omdat het
af
aanbevalen, 3o. omdat het
plaats
af
greep,
en
alle
in
de kerken van
eeuwen door stand
hield,
nog in de meeste buitenlandsche kerken der Reformatie in eere werd gehouden, 5o. omdat het ook hier te lande in de dagen der martelaren als regel gold, en 60. omdat het in het algemeen niet afkeuringswaardig kan zijn, dat men bij zijn verootmoediging voor het aangezicht Gods ook met het lichaam een nederige en ootmoedige houding aanneemt. 4o.
kwam
Slechts
ging
te
zoeken,
en
zijnen tijde
dat men in het knielen zelf religie men ingang schonk aan den waan, alsof een
er tegen op,
hij
dat
gebed zonder knielen geen goed gebed zijn kon. Men moet zich den gang van zaken ten deze practisch voorstellen. In onze groote oude kerkgebouwen in de steden der onderscheidene provinciën werd oudtijds onder de Roomsche hiërarchie, begraven, gelijk dit gebruik ook daarna nog eeuwen stand hield. Dit noodzaakte om het geheele middenschip der kerk na afloop van den dienst vrij te maken. Er waren toen nog geen banken voor de overheid, of voor den kerkeraad, of voor aanzienlijke Gemeenteleden aangebracht. Banken waren er alleen in het koor, in het ruim der kerk enkel losse stoelen, en deze losse stoelen werden na den dienst dan opgenomen, en zijwaarts op een hoop gezet. Bij een volgenden dienst haalde dan een ieder, gelijk dit in vele Roomsche kerken nog geschiedt, een stoel van den hoop weg, en plaatste dien naar goedvinden, met het dubbel doel om dezen stoel als bidstoel en als zitstoel te gebruiken.
Die beweeglijkheid werd bovendien bevorderd door de onderscheiden plaats
die
Mis drong zóó, dat
een alles
men
lid
bij
naar
de Mis en voren,
bij
het
Sermoen innam.
naar het koor, en zette
Onder
men
Onder de zijn
stoel
Sermoen daarhet groote schip om den kansel, met
het altaar in het gezicht had.
het
entegen verzamelde men zich in den voorkant van zijn stoel naar den prediker gericht. Deze stoelen waren en zijn dan nog zóó ingericht, dat de leuning hooger, de zitting iets lager is dan bij een gewonen stoel, en dat
bovenop de leuning een plat vlak is aangebracht, waarop men, geknield op de zitting, met zijn elleboog leunen kan. Toen nu deze kerkgebouwen aan den Gereformeerden kerkeraad overgingen, sloot men het koor af, omdat de altaardienst verviel, maar overigens bleef men de oude gewoonte volgen. Men gebruikte de voorhanden bidstoelen. Die stoelen werden na afloop van den dienst zijwaarts op een hoop gezet, om de kerkruimte vrij te houden voor
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's