Onze eeredienst - pagina 452
BEDIENING VAN HET HEILIG AVONDMAAL
448
van ons woord vraagt daarom een bezegeling, een waarmawoord, en die bezegeling biedt dan de offerande. Reeds onder menschen gevoelt men dit. Verzekeringen, betuigingen, verbaarheid
king, een verbinden van den ernst onzer ziel aan het gesproken
hebben haar beteekenis ook in den omgang van menschen onderling, maar gedurig betrappen we er ons zelven op, hoe aan ons woord bij al deze betuigingen vaak de geestelijke kracht, het merk van echtheid, de volle waarachtigheid ontbreekt. Al zulke betuigingen zijn maar al te zeer gemeenplaatsen geworden, die we zelfs schriftelijk soms elkander betuigen, zonder dat het hart er ook maar aan dacht ze te meenen. De onderteekening onder een brief met het zeggen: klaringen, beloften, wenschen, toebiddingen
„Uw
is
schrijft men telkens weer, zonder dat het iets dan een holle phrase, een klank zonder zin of zweem van
Al
zulke betuigingen en verklaringen worden allengs gewoon-
onderdanige dienaar"
anders ernst.
heidsformules, waaraan niemand meer waarde hecht. Vandaar dat
men
meer behoefte gevoelde, om een betuiging, een verklaring die men metterdaad meende, niet enkel uit het gesproken woord te laten bestaan, maar ze te versterken, te bezegelen, waar te maken, door de bijvoeging van een geschenk. Zoo gaat het toe op feestdagen, zoo ziet men het op gedenkdagen, zoo gaat het toe bij plechtigheden onder menschen. Steeds is er drang om door het aanbieden, het toebrengen, het offeren van een geschenk, het woord dat men sprak, waar te maken en de waarheid van zijn bedoeling te verzekeren. En zoozeer voelt men daarbij, dat de daad van het doen der schenking hooger staat dan het woord, of althans dat het gesproken woord eerst door het geschenk zijn waarde ontvangt, dat degene die het geschenk met den gelukwensch ontvangt, in den regel naar de woorden van den gelukwensch nauwelijks luistert en zijn hoofdaandacht richt op wat hij ontvangt. De gelukwensch is veelal een phrase, die de een voor, de andere na op schier gelijke wijze uitspreekt, terwijl juist de geschenken die men ontvangt, verschillen, en al naar de gever is, iets anders uitdrukken. Het is alzoo uit onzen omgang met menschen, dat de gewoonte om ons woord door de offerande te versterken, vanzelf is opgekomen. Iets wat op het Heilige overgebracht, vanzelf de Offerande met de Aanbidding tot één geheel stempelde. Zelfs mogen we ons hier sterker uitdrukken. Bij onzen omgang met menschen hebben we althans ten deele met onze gelijken te doen; iets wat het zich uiten, het toespreken van elkaar vergemakkelijkt. Vooral zoolang we te doen hebben met personen die tot onzen eigen stand behooren en in levenspositie met ons gelijk staan, gaat de uiting door steeds
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's