Pro rege - pagina 359
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
DE VLOEK OVER KAPERNAUM. zonder
geërgerd
„Heere des Hemels en der aarde", wat
hier aanroept als
Vader
zijn
konden inleven. Van daar dat Jezus
v^^orden,
te
353
op die hoogere ordinantie heenwijst, en daarop scherp tegenover zedelijke en geestelijke voorgangers in het
de
elkaar
stelt
leven,
„de wijzigen
gewone
verstandigen" en die ontblootc en daarom
en
openstaande gemoederen, die zich aan hem ontsloten, hier aange-
Om
met den naam van kinderkens.
duid
nog duidelijker
doen
te
uitkomen, dat hier van hoogere ordinantiën sprake was, voegt Jezus er
zelfs
bij:
want alzoo
Vader,
„Ja,
geweest het welbeliagen
is
voor U".
Deze
zielsverheffing
en niet
voor
anders hier
van
oor
in het
niet
Vader was blijkbaaar
het verborgen gefluisterd,
in
het
zijn
tot
jongeren
zijn
maar
maar
zich
Hoe zou laat
ze
ons
Jezus het
jongeren wendende, komt
zijn
tot
vervoering
in geestelijke
uitgesproken.
Evangelie kunnen bericht zijn? En nu
bij,
niet in stilte
hij
nu
tot deze allesbeslissende uitspraak: „Alle dingen zijn mij overgegeven
doemvonnis over Kapernaüm, omdat haar
van mijn
Vader." Zijn
inwoners
hem verworpen hadden, was
wachting, dat
komen zou
;
't
zoo gaan zou
;
niet
maar een ver-
niet slechts een profetie dat het
zoo
maar een rechterlijk vonnis, gesproken door wie macht
had
om
alle
dingen overgegeven van den Vader.
dat
hierin
alzoo
vonnissen
te
voor
nu op
Jezus
alzoo
zijn
zijn
want
;
jongeren
zijns
lag,
was
En
die macht, als
om
nog nader toe
geheel eenige positie.
hem waren
het verrassende, te
lichten, wijst
„Niemand kent den Zoon,
dan de Vader, noch iemand kent den Vader dan de Zoon, en wien het
Zoon
de
van
het
wil openbaren." Het gaat hier
het vellen van zulk een
de lieden Zijn
om
de verklaring niet
Goddelijk mysterie, maar van zijn macht, waardoor
in
doemvonnis gerechtigd was. Dit nu konden
Kapernaüm, dat konden
wondere macht
is
zelfs zijn
jongeren niet verstaan.
van dien aard, dat alleen de Vader die kent,
want onder menschen verstaat niemand wie de Zoon eenig
hangt 23
creatuur, 't
alleen
hij tot
de
is.
Niet een
Vader kent den Zoon. En hiermede nu
saam, dat ook niemand den Vader kent dan de Zoon, en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's