Onze eeredienst - pagina 386
BEDIENING VAN DEN HEILIGEN DOOP.
382
Gemeente, waarin aan de waardeering van den Doop iets hapert, dan zal men wel doen, met de Doopbediening uiterlijk vijf kwartier na den aanvang der godsdienstoefening te laten beginnen. Juist toch in zulk een Gemeente moet de bediening van den Doop door zeer kalme en rustige bediening weer in eere komen. Het tweede kwaad, d. i. de gedachte alsof de Doop alleen de familie van het te doopen kindeke aanging, moet door catechisatie, prediking, en
verschafte
lectuur
worden tegengegaan.
om
Zich ergeren helpt
niets,
Lang en diep ingewortelde misstanden kunnen niet dan zeer langzaam overwonnen worden, en niets is valscher dan de inbeelding van den prediker die denkt, dat hij met ééne duidelijke predicatie de denkbeelden omzet. Eer de Gemeente weer inleeft in het Verbond, de beteekenis er van vat, begrijpt hoe het Verbond ook nu nog alle kerkelijk leven moet beheerschen, en hoe vooral het Sacrament van den Doop met het Verbond staat of valt, is niet zelden een gezette prediking van twee, drie jaren nog te kort. Toch moet dit geduld-werk ondernomen worden. Mits men de fundamenten van den Doop weer recht legge, maakt onbekwaam,
en
verdwijnen
al
beterschap aan
te
brengen.
zulke averechtsche voorstellingen tenslotte vanzelf.
Verreweg het moeilijkst te boven te komen, is de derde oorzaak van dit kwaad, t. w. de algemeene onverschilligheid ten opzichte van het Sacrament, die vooral in mystieke kringen nog in onderscheiden deelen van ons land wordt aangetroffen. In hoeverre deze oorzaak ten deze meewerkt, ontdekt men terstond aan de onverschilligheid jegens het Sacrament van het heilig Avondmaal. Tal van personen, overigens zuiver in de belijdenis en die door hun wandel geen ergernis geven, leven rustig tot op hun ouden dag voort zonder het Avondmaal des Heeren geregeld te zoeken. Bij den één ligt dit aan intellectueele eenzijdigheid. Het leerstellige schijnt dan het één en al, en daarom alleen de predicatie waarde te bezitten. Bij den ander daarentegen is het mystieke eenzijdigheid. Alleen aan het leven der bevinding wordt dan waarde toegekend, en men zegt Avondmaal met Jezus te houden in de ziel. Dat het ook kan voortkomen uit onvroomheid, is hiermede niet ontkend. Doch dit blijve hier buiten rekening. We hebben thans alleen het oog op wie bedoelt, God te vreezen en in zijn wegen te wandelen.
Nu
wie aldus het Sacrament van ook voor de bediening van den Doop, die hem zelven niet persoonlijk aangaat, weinig of niets gevoelt. Tegen dit kwaad nu komt het aan op de Ordinantiën des Heeren. het
is
het
alleszins
Avondmaal
begrijpelijk, dat
voorbijgaat,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's