Pro rege - pagina 137
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
DE^MENSCH HEER OVER DE NATUUR. spreekt
Intusschen zijn,
het
mensch
dat elk afzonderlijk
schappij
leeuw
mensch op zich
één
Niet
werken der schepping. Wat
kan bedoeld
niet
uitoefenen van deze heer-
De zwakke vrouw kan
aan.
Behemóth.
tot het
omvang zou geroepen
vollen
in
niet
hiermede
dat
vanzelf,
131
zijn.
niet
Het kind kan den worstelen met den
kan heerschen over
zelf
alle
den mensch wordt verleend, wordt
hier
verleend aan de menschheid, wordt toevertrouwd aan ons menschelijk geslacht.
De mensch moet vruchtbaar
Uit
eerste
het
menschenpaar moet ontwikkelen.
en zich vermenigvuldigen.
zijn
de
menigte van menschelijke
alzoo
Niet
op
den enkelen mensch,
heirlegers
zich
maar op
de veelheid van de kinderen der menschheid wordt hier
gedoeld. Niet geslachten,
En
één geslacht, maar
in
de
zal
in
de achter elkaar opkomende
heerschappij over de natuur gevestigd worden.
eerst in dien zin
de mensch genomen,
zal
het
waar
blijken, dat
de mensch machtiger zal blijken dan alle machten en krachten der
om hem
natuur
heen.
maar de mensch,
zijn,
met
zal
leeuw
als
of
strijd
vallen
gemoord
maar de mensch, den
bekleed
slachtoffer
tijger
mensch op
als uitdrukking
heerschappij
mensch
Niet ieder
zich zelf zal koning
van heel de soort genomen,
worden. Keer
op
keer
er een
van de woede der elementen, door
door de golven verzwolgen worden;
of
uitdrukking van het geheel genomen, zal in
als
tegen het wild gedierte de hooge hand hebben, en over
krachten en elementen triomfeeren. Vandaar, dat
alle
zal
in het
Nieuwe
Testament deze jubelzang van David op den Christus wordt over-
omdat
gebracht,
nen in
is.
Maar
hem
als
eeren, en in
het
in
zijn
aan
ziel,
eerst de wezenlijke
juist dit toont,
opkomt
man de
hem
uit
den
zijn
Mensch-koning versche-
dat het Koningschap van Christus niet
Zone Gods, maar
paradijs
kleeft niet
sten
in
in
hem
als
Zoon des menschen
de koninklijke heerschappij, waarmee
mensch bekleed had. En
physieke kracht, want één
lucht in of loopt
stier
werpt den sterk-
hem overhoop. En ook
niet uit zijn muil
of
te
zelf
die heerschappij nu
kleeft ze niet
want de moed van den leeuw komt evenzoo
leeuwenziel, en
is
God
uit zijn
klauw, op. Neen, ze kleeft
in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's