Onze eeredienst - pagina 372
BEDIENING VAN DEN HEILIGEN DOOP.
368
LXXXVI. Bediening van den heiligen Doop. (Vervolg).
Zoo is dan het karakter van den heiligen Doop veranderd. Van bekeerden-doop werd hij kinderdoop, althans in hoofdzaak, en vooral bij het bespreken van de eischen die de Eeredienst stelt, is het noodig daarop te letten, omdat de heilige Doop eerst dank zij dit veranderd karakter onder den Eeredienst valt.
Johannes de Dooper doopte niet in de vergadering der geloovigen in de woestijn, en de Kamerling van Moorenland werd door Philippus gedoopt niet in het midden der Gemeente, maar op den
maar
weg
naar Gaza.
Hiermede
niet
is
dat een bekeerden-doop niet
gezegd,
óók
vergadering der geloovigen kan worden toegediend, maar het vast
is
in
Toen Da Costa gedoopt werd, had de plechtigheid
beding.
Men
een kerk plaats.
dan
ziet
in
de
geen in
zulk een bekeerden-doop tevens een
teeken van de opneming in de Gemeente van wie er eerst buiten stond.
Daarin werkt het gebruik, de gepastheid, doch daarom nog geenszins uit den wortel van den Doop zelven opkomt. Bekeerden-doop heeft nooit anders dan een individueel, persoonlijk uitgangspunt. Er was iemand die buiten de Gemeente stond, als Jood, Mohamedaan of Heiden, en die nu persoonlijk tot bekeering en tot de overtuiging kwam, dat Jezus is de Christus. Hier is alzoo uitsluitend sprake van een individueele werking van den heiligen Geest op een bepaald persoon en voorzoover de Doop niet inlijvingssymbool is, maar zegel van de afwassching onzer zonden, kon Philippus den Kamerling doopen na van den wagen te zijn afgeklommen.
de werking die
;
Doch geheel anders komt komt.
Men
heeft
dan
te
dit te staan
zoo men
tot
den kinderdoop
doen, niet met een nieuw geslacht dat aan-
maar met een tweede geslacht dat opkomt. In het kind zelf vindt men dan geen aanknoopingspunt. Zulk een kindeke zegt niets, uit niets, geeft niets te merken. Zooals het daar in de wieg ligt, verschilt het voor het oog in niets van een kindeke geboren uit een ongeloovig echtpaar. En, meer nog, er ontbreekt elk middel en elke komt,
mogelijkheid besef
schuilt
een kindeke onzekerheid.
om
het kindeke geestelijk te onderzoeken.
nog. is,
God
of niet
is,
ziet
Alle geestelijk
het wel en weet het wel, wat in zulk
maar
Van bekeering kan
wij,
menschen, verkeeren
er bij zulk een
in volstrekte
onbewust wicht nog
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's