Onze eeredienst - pagina 544
DE BEVESTIGING
540
der is
Predikanten het
goed,
keeren.
te
dat
bij
IN
HET AMBT.
Zoo toch
staat er letterlijk:
„Bovendien
de Dienaren des Woords zoodanige mannen
tot
mederegeerders
gevoegd worden, teneinde daardoor uit de Gemeente Gods te meer geweerd worde alle tyrannie en heerschappij, die echter kan inbreken, wanneer bij één alleen, of bij zeer weinigen de regeering
Worden de Ouderlingen
alzoo eerst afgestooten, ze worden weer aangetrokken, en het Formulier verklaart, „dat ze met de Dienaren des Woords te zamen één college of gezelschap uitmaken, zijnde als een Raad der kerke, en vertoonende de geheele Gemeente". Nadat dan alzoo de positie der Ouderlingen is aangegeven, volgt staat".
straks dan toch
terstond daarop de aanwijzing van der Ouderlingen taak, bestaande in
de
handhaving der
tucht, in het ordelijk regeeren der kerk
en
in
het
oefenen van controle op de Dienaren. Terecht wordt de veelgewraakte
onderscheiding tusschen
De Dienaren
des
geeren met hen. hierin,
de
dat
Sacramenten opgelegd. gaan.
zien
Christus
oorloofde
leeren en regeeren, en de Ouderlingen re-
Het onderscheid tusschen beiden bestaat uitsluitend Dienaren zich de Bediening van het Woord en de
Vooral
op aarde moet
Leer- en Regeer-ouderlingen hier losgelaten.
Woords
toebetrouwd en dat tegen
is
juist
dit
aan de Ouderlingen niet
is
het monarchaal beginsel wordt hierbij inge-
Koning,
maar dan ook
Hij alleen, en in
de kerk
de veelheid der regeerders het kwaad van onge-
machtsoefening voorkomen.
Dit
was reeds uitgesproken
in
het eerste stuk bij de teekening van de positie der Ouderlingen, en wordt hier herhaald in de woorden: „Gelijk niet alleen blijkt uit de voormelde uitspraak van Christus, maar ook uit meer andere uitspraken der Schrift, dat .deze dingen niet staan bij één of twee personen alleen, maar bij velen die daartoe gesteld zijn". Opmerkelijk is het, hoe bij de aanwijzing als taak van vermaan en tucht, met name ook gewezen wordt op de belijdenis ; wat elders niet geschiedt. Hun wordt toch opgedragen: „naarstiglijk toetezien of een iegelijk zich behoorlijk gedraagt in belijdenis en wandel". Voor het overige is dit eerste deel van de taak der Ouderlingen in schoone taal gezet en draagt een waardig karakter. Vanzelf kon dit niet zoo uitkomen in de omschrijving van de tweede taak, die in de regeering der kerk bestaat. Alleen het toezien op de wettelijke beroeping wordt met name genoemd. Voor het overige verliest dit stuk zich in algemeene phrasen. Teekenend en sterk-sprekend daarentegen is het derde stuk van de taak der Ouderlingen uiteengezet. Hier toch worden de Ouderlingen niet onder, maar zelfs boven de Dienaren gezet en hun
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's