Onze eeredienst - pagina 92
SCHOONHEIDSEISCH.
uitvoeringen,
alle kunst, als
had doen opkomen.
reactie,
bij
smallen kring zekeren tegenzin tegen
in
Gelijk er een richting
geweest, die zich den Heiland
is
liefst
voor-
met verdorven gelaat, en diezelfde richting er toe kwam, in anderen vorm, heiligheid te zoeken in onooglijke kleedij en onschoon optreden, zoo ook heeft in sommige streken een tijdlang de neiging geheerscht, om het kerkgebouw en al wat aan het kerkgebouw los of vast was, of er in voorviel, zoo onschoon mogelijk te maken. Grof en ruw het gebouw gebouwd, afzichtelijk geschilderd, slecht ingericht, zonder smaak of aantrekkestelde als een onooglijke verschijning
koud,
lijkheid,
en afstootend
kil
gebouw een
en in dat soort
;
king zonder hooger vormen, een zich bewegen zonder zingen dat soms op keelknarsen geleek
alle
predi-
gratie,
een
.
Dit
was
niet
zoo
bij
Zooals
de
monnik
gracieuse
en
sierlijke,
verschijning
niet
wezen
kerkelijk
papisisch
te
Romes
zich
Eeredienst,
opzettelijk
maar
deed
men
niets
de
niet
speende was,
uit
af
te
maar die
in
aan
om
al
in
het schoone,
zijn
natuurlijke
stooten, zoo hulde zich dit
En wanende
de monnikspij.
in
letterlijk
alleen
er lag tendens in.
en er schier op boeien,
te
zijn,
verwezenlijken,
maar
geval,
sterk antj^
dan een echt-Roomsche gedacht e
gedachte
Romes
die
in
Romes kerk en bij bij Romes ascese.
klooster en
voorzat.
té
Gereformeerd nu is deze reactie evenmin als het overladen van den Beide én de overschatting én de onderEeredienst met kunstschoon. schatting van de waardij van het schoone, is tegen den Calvinistischen
regel.
Over
het
gebruik
van
beelden
in
de
kerk
kunnen we
daarbij
kort zijn.
nog op aarde, wandelden zijn apostelen nog in ons midden rond, dan zou vanzelf een ieder zich bij de schare voegen, En hierin zou niets zondigs zijn. Het die hun gestalte zien wilde. zondige zou alleen kunnen liggen in onverschilligheid voor hun Leefde Jezus
optreden. Is
er
dan
is
zit,
in
dit uit,
onder ons een vader of moeder die ons lief was, heengegaan, het gansch natuurlijk, dat men hun beeltenis, zoo men die beeere houdt, en gedurig aanziet, en uit den aard der zaak, zou
eveneens van hun beeld gelden. zoodat
men
Bezat
men hun
beeld ten voeten
werkelijk hun gestalte in dat beeld weerzag, zoo zou
ieder onzer daaraan hechten.
Maar zulke beeltenissen
of
beelden van de heilige personen bezitten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's