Onze eeredienst - pagina 530
DE BEVESTIGING
526
plaatst,
deze
en
apostelen
IN
HET AMBT.
hadden weer op hun beurt Voorgangers
aangesteld in de onderscheiden plaatsen waar een kerk gesticht werd.
Er zijn
was alzoo geen sprake van, dat met de apostelen het ambt zou uitgestorven. Van tweeën één toch of door Dienaren onder zich
aan
:
te
de apostelen tegen Jezus' bedoeling ingegaan, en valsche apostelen geweest: of, zoo ze echte apostelen
stellen,
dan zijn ze waren, heeft
zijn
hun daad van aanstelling gezag, hebben ze door die Voorgangers in naam van Christus en krachtens zijn hooge autoriteit gehandeld, en staat het alzoo vast, dat het ambt van Voorganger moet worden bestendigd. Het opmerkelijkst is hierbij dan ook, dat de Doopsgezinden zelve van lieverlede weer tot de aanstelling van Voorgangers zijn overgegaan dat niet maar een eigener beweging optredende broeder hun godsdienstoefeningen leidt, maar een daartoe verkozen persoon en dat deze Doopsgezinde predikanten, onder den drang en den dwang der historie, in het besef der Gemeente allengs geheel dezelfde plaats zijn gaan innemen als de predikanten onder de Gereformeerden. Zoo was het echter in de dagen toen onze Formulieren werden uitgevaardigd, nog niet. Toen bestond de tegenstelling nog tusschen den „broeder" der Dooperschen en den „Dienaar aanstelling
van
;
;
des Woords"
bij
Kerken
en
onze
de Gereformeerden, en hieruit verklaart het zich, dat het
Formulier
van
Bevestiging er prijs op hebben
van de instelling van het ambt te het Formulier der bevestiging van
gesteld, zelfs eenigszins breedvoerig
Het heet dan ook in „Daartoe zult gij, N, en allen die hier tegenwoordig zijt, voor alle dingen aanhooren uit den Woorde Gods eene korte verklaring van de inzetting en het ambt der Herders of Dienaren des handelen.
predikanten
:
Woords".
Toch was de handhaving van de
instelling van het ambt nog niet Naar twee zijden toch moest tegen misbruik bij het ambt gewaakt worden. Eenerzijds behoorde wel te worden toegezien, dat de Dienaar des Woords niet weer een paus in de Gemeente werd, en anderzijds moest er evenzoo op gelet worden, dat het ambt van den Dienaar des Woords niet in het ambt van den Opziener verliep. De predikant mocht niet alleen blijven staan; er moesten hem ouderlingen worden toegevoegd maar ook van den anderen kant, het ambt van Dienaar des Woords mocht niet met dat van de ouderlingen vereenzelvigd worden. Voor de uitdeeling van de middelen der genade moest een eigen orgaan in de Gemeente behouden blijven. Dit nu oordeelden onze vaderen het beste te doen uitkomen, zoo ze voor de bevestiging van de predikanten en die der overige ambtsdragers twee
genoeg.
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's