Pro rege - pagina 362
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
:
PRO REGE.
356 van
Koningschap
zijn
te
waar Jezus
Integendeel, overal
zien.
de Rechter wordt aangeduid, die vonnis slaat zonder appel,
macht de
stelligste
die
rechterlijke
zijn
Koninklijke Souvereiniteit.
Jezus zelf
is
als Rechter, beslister uitgesproken,
majesteit,
Jezus'
25:31,
we daar? Wederom
wat lezen
en,
Zoon des menschen komen engelen met hem, dan zal
hem
voor
en
het
uitspraak,
„Alsdan
dan
in Matth.
den
zoo nogmaals
niet alleen
volken
alle
vonnis
;
en
niet
de heilige
Niet dus
staat
er
met zooveel woorden zijn
zal
rechterhand
hun antwoor-
l''.
Rechterlijke
over de belijders, maar over heel de aarde, over
2.
De Rechter zonder
in die rechterlijke is
macht
Koningschap
zijn
De Koning
éen.
zelf is
uit-
de Rechtef.
appèl, en zonder recht van gratie boven hem,
anders dan Koning
zijn.
Die prediking nu van Jezus' rech-
en alzoo Koninklijk-rechterlijke hoogheid, gaat heel de apos-
terlijke
tolische
voor
de volken."
alle
40: „En de Koning
in vs.
al
menschelijk geslacht. En als nu de
dan
komt,
Koning en Rechter
komend.
kan
't
van
zijner heerlijkheid,
zeggen." Beide alzoo ook hier saamgevat:
en
macht
maar heel
is
„Wanneer de
en
de Koning zeggen tot degenen die aan
zal
zijn;" en
op den troon
zitten
vergaderd worden
zullen
alleen zijn belijders,
de
de Schrift
dat er niet sprake
zal in zijn heerlijkheid, hij
in
is in
Zone Gods, maar van den zoon des menschen.
den
ligt
en duidelijkste aanwijzing van
onwraakbare getuige. Nergens
hier de
als
litteratuur
den
door.
Rechterstoel
apostelen
„Wij
allen
van Christus,"
ons over het
moeten geopenbaard worden is
de grondtoon van
al
einde der dagen openbaren, en
Openbaring aan Johannes op Pathmos
is
het keer
thema. „Ik zag den hemel geopend, zoo bericht wit paard, en die daar op zat
in
wat de
op keer hetzelfde
hij
ons, en ziet een
was genaamd Getrouw en Waarachtig,
en hij oordeelt."
Vlak
voor Gethsemané heeft Jezus
oppermacht toen
voor
hij
over
alle
dingen
in het hoogepriesterlijk
den
Vader
op
dit
hem
verleend
zijn
van de
nog plechtiger wijze bezegeld,
gebed, nu niet
betuigde: „Vader, de ure
is
tot
menschen, maar
gekomen, verheerlijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's