Pro rege - pagina 146
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
140
PRO REGE. Zoolang
God.
aan
zijn
zijn
God ongestoord
God
de
en
kracht
de
natuur
en
zich van zijn
de
bron
verwijderde, verwijderde
Nu
vloeide
hem
niet
rustende stroom van heilige kracht
broos en
sterk in
meer
De
natuur.
zorg
gewortelde
Zwak
den
niet alleen tegen
zwak
zelfgevoel,
in
afweek,
zich tevens van
wat vroeger
toe,
zijn innerlijk hij
nu zwak,
meer krachtens
val
is
het
in hij
kwam
paradijs
als een
is
bevend
vrees, angst als een vast
riet
geworden.
de verleiding der zonde, maar zwak innerlijk bewustzijn,
zijn
zwak
kennis,
instinctieve
God
ongebroken kracht, werd
De mensch
na
eik;
uit zijn
overmacht, die eertijds vanzelf werkte,
geestelijke
hem.
over
hem
hem door
ontging hem, en met deze inzinking van kracht en
zijn
hij
zichzelf vervallend. Hij heerschte niet
in
wezen en
overmacht over
geestelijke
Maar toen de mensch van
God
wezen stroomde. Van
zijn
Zoolang was de
zijner sterkte.
als nooit
innerlijk
mogendheid, de sterkte en de instinctieve
toe.
vanzelf.
er
zijn
en ongeschonden bleef, vloeide
de
ongestoord
kennis
de band tusschen
zwak
in
zijn
kracht en in
de gewaarwordingen, die
in
in
hij
opving
van de hem omringende natuur.
En
met deze inzinking van het gevoel
tegelijk
mogendheid komt een gewaarwording over hem, aan
twistende, zich op
aan
stem
de
van
zich in donkerheid
wolken
eerst
uit
donder
dan
een
een
den hemel vloek,
ons gemeenlijk een veel
minder
om hem
heerschappij be-
te vernietigen.
Wij
zijn,
zijn
toen voor het eerst het zwerk
boven hem saampakte, toen het dreunend
Van den
neersloeg?
wil werpen,
alsof heel die natuur,
zijn
den donder gewoon, maar kunt ge u indenken
den
in
vlam
de
hem
Adam moet geweest
wat het voor
der
ontkomen, en nu hem
heerschappij
zijn
zijner kracht en
aanvang nam, en toen voor het een bliksemschicht op de aarde
die over de aarde
kwam, vormen
wij
beperkte voorstelling. Het was toch niets
te
geheele
als
rollen
omkeering
in
de
orde
der
natuur.
De
plechtige vrede van het paradijs ging over in onrust, in verstoring
en
in
eindelooze
plantenrijk
uit.
woeling.
Doornen
en
distelen
kwamen
in
het
Gif zette zich in plant en dier. Verscheurende wild-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's