Onze eeredienst - pagina 45
,
DE FORMULIERGEBEDEN.
41
^ dat deze hemelsche wezens zekere gebeden ontvangen, die ze nazeggen. Ook van de gezaligden, die ons zijn voorgegaan is dit niet denkbaar. Het bidden van Jezus, toen hij op aarde was, is ongetwijfeld een vrij gebed geweest. De gebeden van Abraham, David, Salomo, Ezra, Nehemia e. a. die ons in de Heilige Schrift staan opgeteekend, maken niet
den indruk van tevoren opgesteld
te
zijn
geweest.
En ook per-
God in de bangste soonlijk is het vrij en in de zaligste oogenblikken zijns levens tot zijn God in Christus geroepen heeft naar den drang des Geestes hem de woorden op de zeker, dat een ieder kind van
lippen bracht.
Men
behoeft ons dan ook het vrije gebed met geen hooge lofspraak
Van de voorkeur
gebed bezit, van de hooge voortreffelijkheid die het vrije gebed aankleeft, van de meerdere kracht die er tot stichting en vertroosting op den bidder zelf van uitgaat, zijn we, ook zonder nadere pleitrede, volkomen overtuigd. Vrij te zijn is de natuur van het gebed. Wie van het gebed naar zijn aard wil handelen, zal altoos van het vrije gebed moeten uitgaan. En al wat zich naast en tegenover het vrije gebed wil handhaven, zal steeds een verklaring en aanbeveling vereischen, die minder aan de natuur van het gebed, en veel meer aan de omstandigheden waarin gebeden wordt, ontleend zullen zijn. Voor ons is de vraag dus niet, of het vrije gebed niet ve rkieslijk js maar wel of het vrije gebed altoos mogelijk is. aan
bevelen.
te
We
die het vrije
geen engelen, en we zijn geen gezaligden. We zijn en menschen, die, ook al is ons hart in zijn kern wedergeboren, toch altoos, tot aan onzen dood toe, de fontein der zonde in dat hart met ons omdragen, en dientengevolge niet dan bij uitzondering in die hooge, zijn
blijven
stemming zijn opgeheven, waarin het eigen besef ons zegt, dat dan heilige woorden uit heilige opwellingen ons naar de lippen
heilige niet
dringen.
Dat
bezwaar tegen het vrije gebed. komt nog een tweede van niet minder ernstigen aard. Zult ge nooit anders dan voor uzelven alleen, of zult ge ook overluid met en voor anderen bidden ? M. a. w. erkent ge ook het recht en den plicht van het gemeenschappelijk gebed? En antwoordt ge hierop nu bevestigend, dan stuit ge op eenmaal op een berg van moeilijkheden, die het vrije gebed zeer in het gedrang brengen. We treden nu wel niet in bijzonderheden, maar bepalen ons tot het generale, doch reeds dan staat het toch vast, dat men bij het gemeenschappelijk gebed niet allen saam door elkander kan spreken, maar is
Maar
het eerste
hierbij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's