Onze eeredienst - pagina 281
DE PREDICATIE.
277
ook onder den eigenlijken Dienst des Woords, en geheel onverschillig, of de orde door de kerken zelve geregeld is of aan den gaat,
Prediker
ter
Dit versta
We
eigen regeling
men
bedoelen
is
overgelaten.
niet mis.
dat de prediker op eigen hand ooit een Liturgi-
niet,
sche orde zou kunnen vaststellen, welke ook anderen, die
meente
kunnen
kerkeraad
in
Ge-
aanleggen,
Zulk een band zou alleen de en eerbied voor de bestaande usantiën
kan zedelijk binden, ook waar de kerkeraad zich onthoudt. enkele maal den dienst waarneemt
een
zijn
zou kunnen binden.
optreden,
in
Wie voor
een andere plaats, zal zich
uit kieschheid van zelf schikken in de bestaande orde van zaken, ook waar geen macht hem bindt. Maar dit bedoelen we, dat ook de prediker, die vrijheid behield om zelf den gang van den Dienst te regelen, onder de verplichting blijft staan, om aan deze regeling een Lirurgisch karakter te geven. Of is ook dit nog niet duidelijk, laat het dan zóó gezegd zijn: Ook als de prediker het zelf kan inrichten gelijk hij wil, is hij nochtans van Godswege gehouden en gebonden, om niet willekeurig te werk te gaan, maar zich er rekenschap van te geven, waarom hij hetgeen hij doet,
zóó en Hij
niet anders doet.
mag
niet naar
den inval van het oogenblik handelen, maar moet Te zeggen: „ik denk er zóó over, ik vind
handelen met bewustheid. het zóó beter, en
daarom doe
wetenschappelijk en geestelijk heeft gemaakt,
Geen vraag
vóór is
stukken
beteekent niets,
tenzij
men
als
het althans voor zichzelven duidelijk
oordeelt.
vraag toch doet zich op dit gebied voor, of over die
herhaaldelijk
is
ervaring
wegen
waarom men zoo
enkele
Redenen
ik zóó",
man
geredetwist en conclusie genomen.
nagedacht,
en tegen hebben tegenover elkander gestaan.
elke manier getoetst.
herleid,
en ten slotte
uiteengegaan
en
zijn
hebben
Aan de
Tot beginselen zijn al deze vraagde deskundigen in onderscheidene
de
kerken
in
verschillenden
geest
geoordeeld.
dus de prediker een man van ernst, een man van wetenschappelijke vorming en van geestelijken zin, dan zal en kan hij nooit zeggen: „.Wet al dat vroeger verhandelde laat ik mij niet in; daar doe ik geen onderzoek naar; daar houd ik mij niet mee op. Mij staat het nu eenIs
maal hij
zoo
het
beste
aan, en
daarom doe
ik
het zoo";
maar dan
zal
het voor en tegen én historisch onderzoeken én aan de beginselen
toetsen, en alzoo tot zijn beslissing
Maar dan gevoelt men ook,
komen.
dat het voor een predikant volstrekt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's