Onze eeredienst - pagina 76
HET ORGELSPEL.
72
en
ziet
Ge
kunt
spreekt treden
en
hoort,
en
den
keert
voelt,
Bedienaar
vertoont
zich
dezelfde
wegen met zekere kan
fijn
gesticuleeren,
toch allerwegen in aanmerking komen.
des
Woords
tegenstelling
deftigheid
bannen, en die Dienaar
niet
en treedt op.
En
bij
dat spreken en op-
telkens weder.
Hij
kan zich be-
en gratie, of lomp en vormeloos.
zoodat het u aangrijpt, of
Hij
bewegingen met gelaat kan slordig
leelijke
armen en handen maken. De uitdrukking van zijn en hinderlijk zijn, of indrukwekkend en de ziel ontsluitend. De stem waarmee hij spreekt, kan schoon en welluidend, of rauw en schor zijn. De stijl van zijn woord kan gekuischt en welsprekend, of horterig en En zelfs de opzet van zijn rede kan zoo juist geongepolijst wezen. doeltreffend zijn, dat de eenheid er van u ongemerkt meeordend en sleept, of ook zoo los inéén zitten, dat ge geen boeket van schoone gedachten, maar een bundel opgeraapte bladeren en bloemen te zien krijgt. Ja, zelfs de gemeente kan in het bedehuis zoo nederzitten, dat de aandacht van het gehoor, de bezielende uitdrukking van houding en gelaat, de wakkere houding, de concentratie van aller blik op één punt, u wonderlijk weldadig aandoen, of ook het kan een jamm erlijk schouwspel zijn van zich vervelende menschen, d ie zich jdniajen.^n keeren, en allerlei wonderlijke houdingen aannemen, zoodat de eenheid van het schouwspel geheel teloor gaat. Om kort te gaan, ge kunt zoomin buiten als in de kerk aan de heerschappij van het aesthetische ontkomen. Er is ook in de kerk, niet alleen de schuilende geest, maar ook Al wat uitkomt heeft een het zichtbare en hoorbare dat uitkomt. vorm, en waar een vorm waarneembaar wordt, moet die vorm altijd óf schoon óf leelijk zijn, u hinderen of u weldadig het oog aandoen.
Nu alles
en
is
beheerschende vroomheid.
den
der
het hoogste in de kerk een alles verwinnende, alles bezielende i
voorzanger,
gemeente,
en
En waar
die
vroomheid den prediker,
en de ouderlingen, en de diakenen, en de leden
de
kerkelijke
bedienden,
ook den
orgelspeler,
werkelijk opheft tot de hoogte der aanbidding en des hoogeren levens,
daar
zal
ongetwijfeld vanzelf een schoone eenheid ontstaan, die door
bewegingen en uitingen, ongekunsteld en vanzelf, met hooge schoonheid overspreidt. Maar hetzij dit effect vanzelf bereikt wordt, hetzij het meer opzettelijk door oefening en usantie wordt verkregen, schoon of niet schoon, blijft de stellige vraag waaraan ge niet kunt ontkomen. Zelfs bij het gebed geldt dit. Een biddende gemeente kan een machtig schoone verschijning geven, eene alles overschaduwende geestesmacht
aller
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's