Onze eeredienst - pagina 86
:
SCHOONHEIDSEISCH.
82
onwillekeurig met
gaan heerschen, en komt, dank zij die heerschappij, den eeredienst over te staan.
te
ten slotte tegen het doel en karakter van
Onder de Roomsche hiërarchie heeft de kerk de nadeelige gevolgen hiervan telkens ondervonden reeds wezen we er op, wat misbruik in vroeger eeuw op die wijs insloop thans een aanhaling, waaruit blijken moge, dat een ernstig, vroom man, die zelf onder de hiërarchie leeft, dit misbruik als nóg voortwoekerend betreurt. In de Katholieke Gids toch liet nog onlangs M. V. zich aldus uit ;
;
door God met gezag bekleede mannen hun stem verheven om recht te spreken waar onrecht te zegevieren dreigde ? Hebben niet eminente, van God hoog begenadigde kunstenaars zich opgemaakt om, der wereld oordeel niet achtende, moeite noch strijd vreezende, te doen triomfeeren de vlekkelooze kunst der Kerk, hare schoonheid te doen uitschitteren, haar te toonen in haar sublieme heerlijkheid, hare wondere bekoorlijkheid, hare Goddelijke macht over menschenzielen aan allen, wier gansche liefde het wereldsche had? Maar velen vermochten niet te begrijpen de vorstelijke schoonheid dier hemelmelodieën, den aanbiddelijken eenvoud en toch zoo onuitputtelijken rijkdom der zielezangen — toen hebben ze zich afgewend van het heilige om het onheiige te gaan dienen, eeredienst, die niet vorderde zwaar offer van hoogmoed en eigenwaan, eigenliefde en zinnelijk welbehagen het begeesterend „sursum corda" was voor hen vergeefs gesproken. Want is dit niet het kleinzielig doen van velen onder hen, aan wie, helaas, in onze kerken de leiding van het koorgezang is opgedragen ? Geven zij
Hebben
niet
heilige,
en
herhaaldelijk
verlichte,
krachtig
;
voortdurend de grootste moeite om de profane muziek, de prondame du monde, zoo gracielijk mogelijk de kerk binnen te leiden en getroosten zij zich voor de gewijde muziek, de eigen, hooggeboren dochter der Kerk wel de geringste opoffering? „Oremus" laat ons bidden, vermaant de priester aan het altaar, terwijl de zangers schijnen uit te roepen „laat ons schitteren, pralen met eigen knapheid, laten wij afleiden de devote aandacht dier knielende menigte van het gebed, van den zoeten omgang met God, opdat zij ons hoore, ons bewondere,
zich
niet
kende, pretentieuze
:
en de door ons vertolkte kunst
!"
Wat wordt er onder zulke leiding van den kunstsmaak der zangers, wat van hun eerbied voor de heiligheid van Gods huis, wat van hunne nederigheid en bescheidenheid in de tegenwoordigheid des Heeren, wat van hunne gehoorzaamheid des Heeren, wat van hunne gehoorzaamheid aan de voorschriften der Kerk, aan de vermaningen der hooge kerkelijke Overheden, wat eindelijk van hunne opvatting van de roeping eens kerkzangers ? Veel
gereeder
Roomschen
al
dan
zulk
men gemeenlijk waant, erkennen de soort
insluipend
misbruik.
misstand door een tegenstander gewezen wordt, conclusie
tegen de kerk onder
Romes
ernstige
Als er op zulk een
om
er een
schampere
hiërarchie uit te trekken,
moge
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's