Onze eeredienst - pagina 294
PREEKLEZEN.
290
dieper
ingeleid,
is
gaat, het al
dicatie
even vurig en oprecht in het gebed voor de prevan haar God verwacht, en Hem in alles de eere
geeft.
Intusschen,
al
protesteeren
toch
overgeestelijkheid,
willen
we op dien grond tegen de valsche we geenszins geacht worden, deswege
bescherming te nemen. Het is met den aard van de preNiet, alsof het lezen op zich zelf verkeerd ware. dicatie in strijd. Houdt iemand een lezing, dan leest hij natuurlijk. Dan hoort het lezet En als de man, die een lezing houdt, vroom is, dan zal hij er bij.
koude lezen van de predicatie Lezen hoort op den kansel niet.
het
toch even oprechtelijk zijn
God
in
vooraf
om
Zijn bijstand en Zijn zegen
aanroepen.
Het lezen is dus niet in strijd met het gebed, maar het is in strijd met den aard der predicatie. In de hoog-kerkelijke kringen van Engeland volgt men den tegenDaar moet de prediker lezen. Zóó lezen, dat overgestelden regel. ieder ziet dat
hij
leest.
de man nooit op. blik
rustig naast zijn papier.
spreken
te
woord mag
er invloeien.
Ook
ziet
oogen zoeken het papier, en nooit één oogenEvenzoo is er in zulk een prediker geen actie. Zijn
lezen als een sprekend beeld.
aan van
vrij
Zijn
de gemeente.
armen liggen
Geen
uit het
Hij verroert niet.
Hij
staat te
Zulk een prediker neemt niet den schijn
hoofd, onderwijl zijn oogen over het papier
wat
houdt
dan maar een lezing. Soms een zeer fijn gestileerde, hoogst interessante lezing, maar een predicatie is het nooit. Doel hiervan is, op die wijs, den lezenden prediker slechts tot tolk en orgaan van de kerk te maken. Hij zelf mag niet uitkomen. Door zijn woord spreekt niet hij, maar de kerk. Hij moet schuil gaan en schuil blijven, en de kerk moet spreken door hem. Hij behoeft dan ook wat hij leest, niet zelf te hebben opgeschreven. Hij kan even goed een gedrukte predicatie van een ander lezen. Er wordt op die wijs een koud vertoog gehouden, maar bezielde predicatie is er niet, en mag er niet zijn. Het plechtige, het deftige, moet het doen alle emotie moet uitblijven geroerd, getroffen worden, mag de Gemeente niet. Neen,
gluren.
ook
niet
een
;
Op
hij
wil lezen, niets dan lezen, en
hij
is
predicatie
;
nu gaat het wezenlijk karakter van de Predicatie geEen prediker toch moet met zijn gehoor in levend contact komen. Een levend getuigenis moet van hem uitgaan. Hij moet een doel hebben gekozen, en naar dat doel moet hij de Gemeente, als hij Amen zegt, hebben heengeleid. En dit nu moet en kan alleen die
wijs
heel te loor.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's