Onze eeredienst - pagina 421
BEDIENING VAN DEN HEILIGEN DOOP.
417
niet-Doop toch aan de zaligheid van het kindeke niets toe- of afdeed, waarom zou men zich dan haasten, ja waarom zou men dan aan of
den
Doop zoo
natuurlijk
op
zich-zelf
plicht
om
in
groote waarde hechten?
op
niet
Zulk een overweging
kwam
de oprecht-geloovigen. Deze toch voelden zich gebonden door het Doopbevel en erkenden hun
bij
reeds
gehoorzaamheid zich aan dit bevel van den Christus ook beseften de oprecht-geloovigen zeer wel, wat
stille
houden. En hooge waardij en beteekenis de Doop in de herinnering had, in het zegel tot hun vertroosting en in de vermaning tot verwakkering van hun heiligen moed in den strijd des levens. Maar wel boette de Do^p door deze leer van haar beteekenis in bij de zoodanigen, die zich alleen maar afvroegen of ze de zaligheid van het kind er door tegenhielden, zoo de Doop buiten zijn Sacramenteele beteekenis werd opgevat. De Doop was geen Sacrament meer, en was in 't eind niets meer dan een kerkelijke plechtigheid, om aan de geboorte van het kindeke te
zekeren kerkdijken glans of praal
Zoo was de stand van zaken en zoo zal die stand instrument
ter
tot
zaligheid
bij
te
zetten.
den einde toe blijven. is,
dan
Doop eertijds, men dat de Doop
ten opzichte van den
zal
de
Leert
Doop hoog in aller schatting opkomen en geregeld moeten
Nood-Doop noodzakelijk men daarentegen, dat het kindeke, als reeds in het Verbond opgenomen, in den Doop slechts een zegel ontvangt, dan vervalt de Nood-Doop, maar zal ook bij den onnadenkende de beteekenis van den Doop minder hoog worden aangeslagen. Aan dit dilemma is geen ontkomen. En daarom te meer is het plicht en roeping
staan,
en
worden.
de
Leert
der Gereformeerde
de
gedoopten
te
kerken,
om
de heugenis aan den
verlevendigen, hun den troost voor
Doop te
steeds
bij
houden, dien
Verbonds bezitten, en hen gedurig te bepalen bij den plicht der nieuwe gehoorzaamheid die uit den Doop rechtstreeks voor hen voortvloeit. Juist hieraan echter hapert het nog maar al te dikwijls. In de prediking wordt bij het vermaan tot heiligen wandel De beteekenis van den veel te weinig op den Doop teruggegaan. op den voorgrond weinig wordt veel te leven voor het verdere Doop ze in het zegel des
En het droef gevolg hiervan is, dat verreweg de meesten schier nooit meer aan hun eigen Doop denken. Is het wel, dan moet het geplaatst.
des Verbonds, dat we in den Doop ontvingen, heel ons leven door ons sterken en troosten, doch door het verzuim der kerken wordt deze uitwerking van den Doop maar al te zeer gemist.
zegel
27
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's