Onze eeredienst - pagina 67
ONZE PSALMBERIJMING.
Neemt men nu
redding.
63
het ééne stuk zonder het ander, dan
is
de
eenheid van den Psalm weg. Dit nu doet zeer ernstig de vraag rijzen, of hier niet meer en beter
op
te
der
ware, of zang op heele of halve noten, gelijk de zetters
letten
bedoeld
wijzen
hebben,
niet
herstellen
te
ware
en of niet
;
in
eiken dienst, met bekorting van het gezang dat slechts als intermezzo of slot dienst doet, het zingen van althans zulk een stuk uit een grooten,
of
van een korten Psalm
in
zijn
geheel ware
in
voeren, dat de
te
eenheid van het lied weer gevoeld werd.
Onze tweede opmerking
geldt den aanhef der onderscheidene verzen
onze berijming.
in
de berijming begint menig vers, als in den saamhang van heel den Psalm ingevoegd, met een voegwoord of bijwoord, met maar, doch, In
want, enz. Dit nu past niet
bij
ons gebruik,
en heeft ten gevolge, óf dat alleen
zin
deswege
heeft,
het
als
gebruik
er
men
iets
van
om
enkele verzen
of
laten zingen,
met een voegwoord, dat
laat inzetten
voorafgaat,
te
wel dat kiescher taaizin
anders uitnemend geschikte verzen
zulke,
mijdt.
„Maar
mij
gunstelingen."
ontmoet
uw mededoogen."
„Daarom
„Maar
geef
uw
dierbren
heeft zich mijn kwijnend hart verblijd."
Dies
van mijn
„Maar
God, „Des Heeren wet nochtans," enz., zijn versaanvangen, die uitnemend loopen, als eerst het voorafgaande vers gezongen is, en dit er op volgt, maar die stooten, als men er mede begint, en blij
een
vooruitzicht dat mij streelt." klaar
krijg ik
plicht, o,
bericht."
er niets voorafging.
Een broken
voegwoord
voegt
saam,
wordt, geen beduidenis.
verbindt, en heeft, als die
De bedoeling van de
derhalve, dat zulke verzen, die met
band ver-
was voegwoorden beginnen, nooit anders berijmers
zouden gezongen worden, dan na het vlak voorafgaande vers. Hierin hebben ze intusschen gefaald. Rijmende voor kerkgebruik, hadden ze zich behooren af te vragen, of dit steeds mogelijk zou zijn. En daar nu zeer dikwijls niet juist het vlak voorafgaande, maar een veel vroeger vers voor kerkgebruik verkieslijk is, ontstaat de dubbele misstand, 1. dat deze verzen, zonder iets dat voorafgaat gezongen worden, zoodat het voegwoord geen zin heeft en 2. dat het gezongen wordt na een ander vers, dan waaraan het door het voegwoord gekoppeld ligt, en dus valsch saamvoegt. Dit is temeer te betreuren, omdat het oorspronkelijke er niet toe dwong. ;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's