Pro rege - pagina 301
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
295
DE HEERSCHAPPIJ.
zijn
hart zingt,
woords.
wat
daarbij toch nooit schepper in den vollen zin des
is
gebruikt gedachten en beelden, die
Hij toch
hem
buiten
bestaat;
zingt in tonen die
poëzie aller eeuwen; en drukt zich
maar
in
als taal
volk vond.
zijn
uit in
een
ontleent aan
hij
samenhangen met de schiep,
taal, die hij niet
Wanneer we dan ook
bij
menschen
spreken van scheppende gedachten of van producten, die ze
in
altoos slechts overdrachtelijk en betrekkelijk
leven riepen, dan
is
bedoeld, en
van absolute scheppingsmacht nimmer sprake.
God
er
is
dit
Niets
volstrekt.
is
er
God
In
alleen, is deze
scheppings-
onder het bestaande, dat
Hij niet tot
daarentegen, maar dan ook
macht
het
in
gebonden
aanzijn riep, zonder daarbij aan iets dan Zich-zelf
te zijn,
Hem gebezigd wordt, die niet evenzoo en even streng aan Hem, en aan Hem alleen, zijn ontstaan dankt. Ook in ons menschen schiep God niet alleen het wezen, maar
en zonder dat ooit eenige factor door
ook onze natuur, en evenzoo
alle
krachten, gaven, talenten en hoe-
danigheden, die den éènen mensch van den anderen onderscheiden. Uit dien hoofde
Zijn
plant of dier,
hetzij
geest,
er in het creatuur, hetzij star of zon,
is
hand voortkwam,
God den Heere vereiniteit. God kon aan
een buiten
min
Hem God
kon
mensch
scheppen
in
het uit
Zoo-zijn
creatuur scheppen met
het
niet.
oog op
dan op Zich zelven, want buiten den Drieëenigen
Sou-
gebondenheid aan
bestaande wet, want die wet bestond het
zijn
rust de Goddelijke
En hierop nu
het creatuur niet
Zijn en
stof of
zij
of engel niets, dat, toen
niet geheel en eeniglijk zijn
dankte.
't
Eneven-
iets
God was
anders er niets.
Alle creatuur verkeert daarom, krachtens de schepping, zelve in staat
van algeheele en volstrekte afhankelijkheid, en kan met geen ander doel bestaan, dan om God te verheerlijken en te dienen als middel of factor volgt,
het
voor de uitvoering van Zijn raad.
dat
naast
er
creatuur
in
God
gelijken
ééne Heerschappij en dat
zoo
ook
Majesteit
is
waaruit dan tevens
geen andere macht kan bestaan, waaraan zin is
onderworpen zou de heerschappij van
maar één Macht en
Godes.
Iets
zijn.
God
Majesteit, en dat
En deze macht nu kan
is
Er
is
maar
Drieëenig, en
de Macht en
niet mechaniscli,
ze
moet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's