Pro rege - pagina 572
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
PRO REGE.
566 den Koning, die bestel
komen
te
natuur
menschelijke
in
gaan. Eer
te
en in Israël moest het terrein
de tentoonspreiding van
zou
Immanuel.
maar
gebleken,
den
dat
het
vatbaar
mensch
zijn
aangekomen,
aan ons men-
tot aansluiting
menschen naar
des
zijn
naam van
natuur. Hierin lag het
„God
Nu
toch
was
alles en in allen" niet tot stand
kon
een mysterie, dat zich allengs onthulde.
komen doordat de mensch wezenlijking
verschijnen zou, moest de
opnam onze menschelijke
zich
in
onze
een mensch uit de menschen, maar de Zone
Hij is niet
Gods, die
in
stellen.
de Zoon
verschijnt
Gods
voorbereid, dat den Christus tot
zijn
macht en
zijn
schelijk geslacht in staat
En nu
hij
op het vereischte punt
volken
der
geschiedenis
het
om
de hemelen reeds was, maar die nog toefde
in
mysterie,
naar den Koning, die er naar
staat,
God
tot
naderde, maar alleen voor ver-
God
was, doordat
zóóver doorzette, dat
in
zelf
zijn
toenadering
tot
den Zoon God-zelf zich met
ons geslacht door het aannemen van onze menschelijke natuur ver-
God! maar: „God met
Niet: wij met
eenzelvigde.
moest het uitgangspunt
Niet de
zijn.
ons", Immanuel
mensch kon de Goddelijke natuur
aannemen, maar wel God de menschelijke natuur. Niet het afschijnsel van het Beeld Gods kon met
dit
Beeld één worden wel ;
hij
die het Beeld
God was kon zich in één persoon met het^fschijnsel van dat Beeld vereenigen. En kwam eens de voleinding der eeuwen, wanneer het God alles en in allen zou wezen, dan zou de eere hiervan niet aan den mensch, maar Godes zijn. Wij hadden God van den onzienlijken
niet
gezocht,
zich
toen
inging,
ging
en
ons
Bethlehem
Bethlehem
maar
maar ons van
naar ons
toe
Hem
bewoog,
verwijderd. tot
En
in
was
zooverre
verwezenlijken,
niet verwezenlijkt
boven wat
in
het
paradijs
uit,
het die
onze natuur
hart omzette in zijn tempel en woonstede.
en
Hierom
kon alleen
het paradijs wel voorgespiegeld,
was.
En toen nu de Christus verscheen, openbaarde stond
Hij
ons naderde,
zich in
Hem
ter-
weer de macht van den mensch over de natuur en over de
geestenwereld,
het in het paradijsleven verordineerde Koningschap.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's