Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Pro rege - pagina 572

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Pro rege - pagina 572

of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid

2 minuten leestijd

PRO REGE.

566 den Koning, die bestel

komen

te

natuur

menschelijke

in

gaan. Eer

te

en in Israël moest het terrein

de tentoonspreiding van

zou

Immanuel.

maar

gebleken,

den

dat

het

vatbaar

mensch

zijn

aangekomen,

aan ons men-

tot aansluiting

menschen naar

des

zijn

naam van

natuur. Hierin lag het

„God

Nu

toch

was

alles en in allen" niet tot stand

kon

een mysterie, dat zich allengs onthulde.

komen doordat de mensch wezenlijking

verschijnen zou, moest de

opnam onze menschelijke

zich

in

onze

een mensch uit de menschen, maar de Zone

Hij is niet

Gods, die

in

stellen.

de Zoon

verschijnt

Gods

voorbereid, dat den Christus tot

zijn

macht en

zijn

schelijk geslacht in staat

En nu

hij

op het vereischte punt

volken

der

geschiedenis

het

om

de hemelen reeds was, maar die nog toefde

in

mysterie,

naar den Koning, die er naar

staat,

God

tot

naderde, maar alleen voor ver-

God

was, doordat

zóóver doorzette, dat

in

zelf

zijn

toenadering

tot

den Zoon God-zelf zich met

ons geslacht door het aannemen van onze menschelijke natuur ver-

God! maar: „God met

Niet: wij met

eenzelvigde.

moest het uitgangspunt

Niet de

zijn.

ons", Immanuel

mensch kon de Goddelijke natuur

aannemen, maar wel God de menschelijke natuur. Niet het afschijnsel van het Beeld Gods kon met

dit

Beeld één worden wel ;

hij

die het Beeld

God was kon zich in één persoon met het^fschijnsel van dat Beeld vereenigen. En kwam eens de voleinding der eeuwen, wanneer het God alles en in allen zou wezen, dan zou de eere hiervan niet aan den mensch, maar Godes zijn. Wij hadden God van den onzienlijken

niet

gezocht,

zich

toen

inging,

ging

en

ons

Bethlehem

Bethlehem

maar

maar ons van

naar ons

toe

Hem

bewoog,

verwijderd. tot

En

in

was

zooverre

verwezenlijken,

niet verwezenlijkt

boven wat

in

het

paradijs

uit,

het die

onze natuur

hart omzette in zijn tempel en woonstede.

en

Hierom

kon alleen

het paradijs wel voorgespiegeld,

was.

En toen nu de Christus verscheen, openbaarde stond

Hij

ons naderde,

zich in

Hem

ter-

weer de macht van den mensch over de natuur en over de

geestenwereld,

het in het paradijsleven verordineerde Koningschap.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's

Pro rege - pagina 572

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's