Pro rege - pagina 136
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
PRO REGE.
130
tusschen den nietigen, zondigen mensch en de majesteit des Heeren
Heeren. En
nu bezingt
God
hoe
het,
hij
zelfs uit
den mond der
kindericens en der zuigelingen zich lof heeft bereid, en hoe Hij door
macht over het hart der zijnen den vijand en den wraakgierige
zijn
terugwerpt. bewijst
van
alzoo,
„Wat dat
handelt van den mensch in zijn dagen, niet
hij
in
Vandaar dan ook
paradijs.
het
zijn
hem
bezoekt." Het
is
juist ter
oorzake van het zondige
den gevallen mensch, dat de tegenstelling tusschen wat is
God hem
en datgene waartoe
afteekent.
jubelt
in
innerlijk
hem
David: „Gij hebt hemeen
dan de engelen gemaakt, en hebt hem met eere en
Nogmaals dus de krOning van den mensch.
heerlijkheid gekroond."
van den mensch met koninklijke heerschappij
bekleeden
Het
hij
roept, zich zoo scherp voor
En van dien mensch nu
minder
weinig
uitroep:
de mensch, dat Gij zijner gedenkt, en het menschenkind,
is
Gij
dat
mensch
den
van „den vijand en den wraakgierige"
vermelden
Dit
wat nog sterker uitkomt
„Gij doet
in vs. 7:
hem
;
iets
heerschen over de
werken
uwer handen, Gij hebt alles onder zijne voeten gezet". Dat
„onder
zijn
zetten" toch
voet
de vaste Oostersche uitdrukking
is
voor de macht en heerschappij van den Koning, gelijk dan ook van
den
Christus
voeten
deze
zal
geschreven
Calvijn,
hij
„al
zijn
vijanden aan zijn
de uitdrukking: „een weinig minder dan de engelen
gemaakt," zoo verstaan alsof
te
minder dan een God gemaakt". het
dat
staat,
onderwerpen". Zelfs wil meer dan één uitlegger, en onder
woord Elohim, wat
in
hem weinig
lezen ware: „Gij hebt In het
Hebreeuwsch toch
staat hier
den regel van God gebezigd wordt. En
het valt niet te ontkennen, dat deze opvatting poëtisch schooner
en iets
dat
omgekeerd de vergelijking met de engelen
mingewoons
heeft.
laten,
gaan we hierop
zaak,
dat
ook
in
te
is,
dezer plaatse
Daar echter beide vertalingen zich verdedigen niet
nader
in.
Vaststaat, en dit
den 8en psalm een heerschappij,
is
als
hier hoofd-
door
God
aan den mensch verleend, bezongen wordt, die aan den mensch de
Koningskroon op het hoofd drukt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's