Onze eeredienst - pagina 188
HET VOTUM.
184
De
presentie
onzes
Gods hangt ook
ééne maal zal Petrus zoo ver met
zijn
af
Heiland verloochent, een ander maal zoo vol des Geestes het uitjubelt in een predikatie die
De
van ons bewustzijn.
bewustzijn afdolen, dat
nóg verkwikt
zijn,
hij
zijn
dat
hij
het lezen.
bij
En zoo nu weten ook wij zeer wel, dat we de ééne maal onze gedachten innig verzameld hebben en ons dicht nabij onzen God gevoelen,
we een ander maal, verstoord en afgeleid, moeite hebben, om, op de knieën, onzen God te vinden. Ook dat verzamelen nu van ziel en zinnen voor God, gaat niet buiten genade om. Tot God gaat het gebed op Neig mijn hart en voeg het saam. En waar nu God de Heere, rechtstreeks en middellijk tegelijk, de
terwijl zelfs
:
der zijnen in de samenkomst der geloovigen, verzamelt en op zijn heilig Wezen, daar is dit „het verschijnen van God in het midden der vergadering". Middellijk nu gaat dit door het votum. Het votum dient daartoe. En als God het votum zijn werking laat hebben, en het door zijnen Heiligen Geest op de harten laat werken, is de uitwerking, dat er door heel de vergadering een beweging van het innerlijk gevoel komt, waardoor de saam vergaderde geloovigen al meer de presentie van hun God gewaar worden. En nu zegge men niet, dat toch dikwijls de voorganger er dit niet bij denkt, noch het er bij bedoelt; en dat evenzoo tal van opgekomenen hiervan zelfs geen flauw vermoeden hebben ja dat het votum dikwijls zoo flauw en zacht wordt uitgesproken, dat de meesten er geen woord van verstaan dit alles toch zijn bedenkingen tegen de gebrekkige uitvoering, niet tegen de ideale beteekenis van het votum zelf. En daarop alleen hadden wij hier te wijzen. Er mag ge en doode vorm in de gemeente overblijven. Het moet alles bezield worden door heili ge gedachten^ Eerst waar die ideale beteekenis weer verstaan wordt, kan de volle kracht ervan werkzaam in de gemeente uitgaan. En daarom nu constateeren we, niet dat God er vóór het votum niet is dit toch ware ongerijmd maar wel dat het votum het aangewezen middel is, om zoo God het zegent en door zijnen Heiligen Geest er de volle werking aan geeft, het bewustzijn der vergaderden als door een teeken, zóó op zijn heilige presentie te richten, dat Hij door en in het votum voor het zielsoog der gansche gemeente verzielen richt
;
;
*-
;
;
schijnt.
Van het oogenblik van het votum
af,
moet heel de vergadering ge-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's