Onze eeredienst - pagina 212
:
208
BELIJDENIS
met ons
in het gericht wilt
verdiend
hebben.
VAN ZONDE.
gaan, wij niet anders dan den eeuwigen dood dat wij allen door de erfzonde voor U
Want behalve
onrein en kinderen des toorns
zijn,
ontvangen,
uit
zondig zaad, en
in
onge-
waardoor allerhande booze lusten, tegen U en onzen naaste strijdende, in ons wonen, zoo hebben wij nog bovendien met de daad uwe geboden menigmaal en zonder ophouden overtreden nalatende wat Gij ons geboden hadt, en doende wat ons klaarlijk verboden was. Wij hebben allen als schapen gedwaald, en hebben grootelijks tegen U gezondigd, hetwelk wij bekennen, en het is ons van harte leed. Ja wij belijden, tot onze vernedering en tot prijs van uwe ontferming te onswaarts, dat onze zonden het getal van de haren onzes hoofds te boven gaan, en dat wij tien [duizend talenten schuldig zijn, waartegen wij niets hebben om te betalen waarom wij ook niet waardig zijn uwe kinderen genaamd te worden, noch onze oogen op te slaan ten hemel, om onze gebeden voor U uit te spreken. Nochtans, o Heere God en barmhartige Vader, wetende dat Gij den dood des zondaars niet begeert, maar dat hij zich bekeere en leve, en dat uwe barmhartigheid oneindig is, die Gij bewijst aan degenen die zich tot U bekeeren wij roepen U van harte aan, in het vertrouwen op onzen Middelaar Jezus Christus, die het Lam Gods is, dat de zonde der wereld wegneemt, en bidden U, dat Gij wilt medelijden hebben met onze zwakheid, ons om Christus' wille onze zonden vergevende. Wasch ons in de zuivere fontein zijns bloeds, opdat wij rein en sneeuwwit worden. Dek onze naaktheid met zijn onschuld en gerechtigheid, om de eere uws naams. Reinig ons verstand van alle blindheid, en onze harten van allen moedwil geboren,
rechtigheid
;
;
;
en hardnekkigheid. Dit alles, o genadige Vader, bidden en begeeren wij Jezus Christus, die ons alzoo heeft leeren bidden Onze Vader, die in de hemelen zijt,
in
den naam van
Uw naam worde geheiligd. Uw koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in
den hemel, alzoo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijksch brood. En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den booze.
Want uw heid.
Is
is
het koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid in der eeuwig-
Amen.
dit niet
schoon, niet roerend, niet aangrijpend, en verarmt ge de
Gemeente niet, als ge deze treffende taal uitruilt voor een los opkomende belijdenis, die de predikant zóó zóó uit zich zelf moet voortbrengen ?
De vraag dient dan ook ernstig overwogen, of we niet den besten weg zouden opgaan, zoo we deze afzonderlijke, openlijke Belijdenis van
zonden,
en
dan
liefst
in
vasten
vorm,
in
de Gemeente terug-
brachten. Zelfs
zouden we de vraag durven
stellen, of niet veel
zonde
in
de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's