Onze eeredienst - pagina 156
SCHIKKING DER ZITPLAATSEN.
152
werd
daarentegen
S cherp
vrouwlijke
en
manlijke
Avond maal. namen links
Men
in
onze
kerken
doorgetrokken
leden
de
sc heiding tusschen
tot zelfs
aan het heilig
middenvak aan de vrouw e n, en lïe~~manne n en rechts plaats. En voorts kende men mannentafels^en gaf het
vrouwentafels. beginsel
Uit
Christus noch
is
deze scheiding niet
echter
man noch vrouw,
scheiding noodig was,
om
en wat
verdedigen. Er
te
men gezegd
heeft,
dat
is
in
deze
voorkomen, moge gelden volkskerk, maar geldt van een goed-
verkeerdheden
te
den wilden hoop van een Gereformeerde kerk niet. Veel beter ware daarentegen de onderscheiding naar de huisgezinnen. Vader, moeder, kinderen, e n zoo ze van elders zijn, ook de dien st-
in
boden, hooren bijeen.
eenheid komt zelfs de verbondsgedachte
In die
De band tusschen het natuurlijke leven en het genadeleven. En kon men dit doorzetten, dan verviel hiermede vanzelf het straks bedoelde bezwaar, en zou tegen het dooreenzitten van mannen en vrouwen uit.
geen
langer
bedenking
rijzen.
wat dan
Iets
ook aan den
natuurlijk
Disch des Heeren moest worden doorgezet.
Of men rijk of arm is, doet er niet toe. Hoog of laag in de maatschappij maakt geen verschil in het midden der Gemeente. Waaruit tevens volgt dat alle plaatsen eender moeten zijn. Niet breede en smalle banken. Maar voor een ieder een plaats, die, wat stoel of bank betreft, gelijk is aan die van een ander. Voorkeur behoort hier niet. Bezit nu de kerk maar één kerkgebouw, dan vindt zich het overige wel. Aan ieder huisgezin kan men dan naast elkaar zooveel plaatsen aanwijzen als dit gezin noodig heeft, en opdat niemand worde achtergesteld of onder willekeur lijde, kan men de gezinnen plaatsen, hetzij alphabetisch, hetzij naar het lot het uitwijst, hetzij, wat nog verkieslijker is, met jaarlijksche omschuiving, zoodat men na verloop van een
Doch overigens
jaar,
onderscheiding toe
te
groote steden zou ditzelfde toepasselijk
in
kerspel invoerde, d. w.
laten.
z.
indien
zijn,
ken een Laat
rij
de
in
er
ééne der ker-
prediker
geen
trekt,
ordelijke
Gemeente zich telken Zondag, over meerdere gebouwen verdeelen, dan is geheele
indeeling
mogelijk,
en
is
het niet aan het
manier van doen te wijten, indien ordelijke plaatsing der leden onmogelijk blijkt. beginsel,
men
plaatsen kreeg.
men daarentegen de
natuurlijk
indien
de geheele Gemeente naar het
kerkgebouwen werd ingedeeld, en ieder gezin
aantal
naar
geen
naar toerbeurt, van plaats verwisselt.
Ook het
is
maar aan
deze
rustige,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's