Onze eeredienst - pagina 336
ONDERSCHEIDENLIJK PREDIKEN.
332
van den levensregel, die tot genezing van deze krankheid leiden kunnen. Een onderscheidenlijk spreken tot bekeerden en onbekeerden, is evenzoo eisch, maar dit put het „onderscheidenlijke" nog volstrekt niet uit. De verschillen gaan veel verder en zijn veel fijner, liggen veel dieper. En als de prediker hier niet op ingaat, moge hij de huid wasschen,
maar hij dringt niet in de verborgen organen van het leven in, en kan daarom niet besturend en richtend op het leven inwerken. En toch, juist, de ontwaring, dat de prediker uw soort leven kent, uw geestelijken toestand doorziet, uw worstelingen verstaat, uw zwakheden doorgrondt, de klippen kent, waarop gij gedurig stoot, en de kunst u aanwijst, om er aan te ontkomen, boezemt dat vertrouwen, die intimiteit
dwingt
die
in,
tot luisteren
Gelijk
van
elke
en
predicatie
mag
zelf spreekt,
engeren zin toegaan.
boeiend
tot het in practijk
Daarvoor
dit in is
en
interressant maakt, en
brengen van wat vernomen werd. de prediking niet persoonlijk
in
Een prediker, die
het huisbezoek.
de Gemeente als met den vinger aanwijst, verhardt winnen althans zoo de zonden van dien bepaalden zondaar openbaar zijn. Wel behoeft hij zijn vermaan tegen eenige zonde, niet te sparen, omdat er in de Gemeente iemand is, die algemeen bekend staat er in vervallen te zijn. Maar toch, de opzettelijke bedoeling, om dezen of dien zondaar van den kansel af, voor het oog der Gemeente af te straffen, doet altoos kwaad, nooit goed. Hij moet niet personen, maar typen bespreken typen, waarin de personen zich zelven herkennen, zonder dat iemand bepaaldelijk in het oog loopt. Nu is dat in een groote Gemeente zeker gemakkelijker, dan in een kleine Gemeente, en vooral in een zeer kleine Gemeente moet men zeer voorzichtig zijn. Maar evenmin mag de zucht om personen te sparen, er toe verleiden, om Gods gebod te verzwijgen of de
eenig in
persoon
plaats
van
in
te
;
;
wonden toegedekt te Doch hoe dit ook
laten. zij,
uit
wat we aanvoerden
blijkt in
ieder geval,
dat de toon der prediking steeds een vertrouwelijk, een intiem, een innig
karakter moet dragen, en bovendien niet dan
bij hooge uitzondering redeEen deel der predicatie, b.v. als een stuk der waarheid wordt aangeprezen, de tijdgeest geteekend, of de hope der Gemeente beleden wordt, mag en moet zeer zeker in hooger stijl gaan maar voor de eigenlijke stichting der Gemeente moet toch doorgaande in den tweeden persoon worden gesproken, zoodat de Gemeente voelt, dat er over haar zaak, over haar toestand, over haar krankheid, over haar nooden gehandeld wordt. Als een lid der Gemeente een gevoel krijgt alsof de prediker bezig
voering in hoogeren zin
mag
zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's