Onze eeredienst - pagina 112
HET KERKGEBOUW.
108
vergaderen wil kan daarvoor ook een bestaande
genoeg
die ruimte
Op
localiteit bezigen, mits
bezit.
geheel natuurlijke wijze koos
men daarom aanvankelijk te Jeruzalem Nu eens deze, dan eens die. En in
een der vele Tempelzalen. Geen vaste.
de kerken die door Paulus gesticht
de Gemeente meest in een saamgekomen, of ook waar dat lokaal te klein was, zich over meerdere lokalen te hebben verdeeld. Zoo lezen we van de Gemeente „die ten huize van N. N. is." Iets wat niet doelt op een Gemeente A of B, maar op de onderscheiden localiteit, waarin men vastelijk samenkwam. Niet nu eens hier, dan weer elders kerkende, maar vastelijk opgaande naar eenzelfde localiteit. Het kerspel- of parochiestelsel, edoch onder één k«rkeraad. Want het blijven „de opzieners te N. N." Later wies intusschen de Gemeente te sterk aan, en zag men om naar publieke lokalen en ruimten, en vond die deels in de catacomben, deels in de basilieken, een soort publieke gebouwen voor volksv ergaderingen enz., die wij zoo niet kennen Nog later begon men zelf te bouwen, en bootste toen eerst djen_ basaliekvorm na, iets waaruit blijkt, dat destijds nog de gedachte van „een vergadering der geloovigen" op den voorgrond stond En eerst veel later, toen die eerste grondgedachte weer plaats maakte voor het denkbeeld van een gebouw met altaardienst, werden bestaande heidensche tempels in kerken omgebouwd, of ook nieuwe kerken ge-
van
lokaal
een
der
vrienden
te
zijn, blijkt
zijn
.
.
sticht
van een heel ander type.
Toch
ook
is
bouw voor
in
de latere eeuwen, toen het denkbeeld van een ge-
algemeen heerschende was, de grondgedachte van een vergadering der geloovigen nooit, zooals bij den heidenschen tempelbouw, geheel op zij gezet. altaardienst
De heidensche tempel was
enkel op altaardienst ingericht, e n het
volk stond buiten_ op straat, zooals
kan
bij
enkele
waar het volk dan op Dat In
men
dit
nu nog
in
het Zuiden zien
kapellen, waarin nu en dan dienst verricht wordt, e n, straat
voor staa t of knielt
.
de Heidensche tempel-idee.
is
de Christelijke kerk daarentegen
is,
ook toen de altaar-idee we-
derom heerschende was geworden, toch
altoos een eigen plaats aan
de geloovigen ingeruimd, en op hun tegenwoordigheid gerekend. is
ten
de
zelfs uitsluitend slotte
te
verricht
deel van het
werd,
gebouw
Het
danken, dat de Christelijke kerkgebouwen
zoo kolossale afmetingen aannamen.
altaardienst
grootste
daaraan
was
bijna
strekte in
Dat gedeelte, waarin
altoos het kleinste, en het
den regel voor de ontvangst
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's