Onze eeredienst - pagina 289
HET GEBED
Men
VERBAND MET DE PREDICATIE.
IN
285
Doch nu ontwaakt het besef, tot de predicatie. Gods zegen mislukken moet en niet gedijen kan. En
overgaan
zal
dat deze zonder
zoo gaat de vergadering der geloovigen in het gebed, om van God een goede predicatie, een predicatie die ter zake dient, een predicatie waarin Zijn Woord zal uitgaan, en op die predicatie de vrucht af te smeeken. En dit alles kort, zaakrijk, niet afdwalend, gericht op dat ééne einddoel.
Op
punt
dit
echter
onder ons allengs een geheel tegenoverge-
is
gewoonte ingeslopen.
stelde
Wat
naar de bedoeling van onze vaderen een kort gebed
op de predicatie zou
zijn,
van
is
lieverlede
om
zegen
soms geheel van
die
predicatie losgemaakt, en een zelfstandig gebed, meest van zeer langen
adem geworden. bedoeld
Oorspronkelijk
gebed
als
van
dijde het thans niet zelden uit tot tien
één of anderhalve minuut,
minuten en meer.
nu een afzonderlijk stuk van den Dienst geworden, dat met de predicatie slechts in zooverre in verband staat, als de voorbidder vanzelf het meest vervuld is met wat hij gereed staat in zijn prediHet
katie
is
te
meest
gaan
ontwikkelen
verloren
op dat groote gebed pleegt
Want
te
samenhang
die
intusschen daarom
de opgave van den tekst veelal eerst volgen.
het groote gebed, het eigenlijke gebed van den Dienst, wordt
metterdaad
thans
een
;
overmits
gaat,
en
vóór
niet
na
de
predicatie gehouden.
Na de
predikatie wordt het gebed veelal veelmeer bekort.
Naar onze van
10
a
Liturgie
is
er een
Thans daarentegen toekomt, soms 300
meer. dicatie
gebed met het oog op de predicatie
15 regels, en na de predikatie een lang gebed van 200 en is
a
het groote gebed, eer
400 regels groot, en
men aan de
slinkt het
pre-
nagebed
tot 50 a 60. Een geheel andere evenredigheid dus, een geheel andere verhouding, en dit toont dat men aan beide gebeden een geheel andere beteekenis is gaan hechten. Iets wat zoo sterk is, dat men een predikant, voor wat zijn gebedsgave aanbelangt, nooit zal beoordeelen naar het slotgebed, gemeenlijk „dankzegging" genoemd, maar schier uitsluitend naar de wijze waarop hij bidt in het gebed vóór de predicatie. Deze wanverhouding nu is daaruit te verstaan, dat de afzonderlijke Belijdenis van zonde, en de daarop gevolgde absolutie, zijn wegge-
vaak
vallen
;
lijdenis
iets
waartoe
van
zonde
laten vloeien.
onze Liturgie zelve aanleiding gaf door de Behet gebed voor de predicatie, in elkander te
en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's