Onze eeredienst - pagina 331
HOORDERS ALS GELOOVIQEN.
evenzoo
geldt
zondaar
van
woorden: roeping
wat
van de
„Gij
bekeering
tot
van het „bekeeren van een
staat
wegs."
Terwijl
in 1 Petr. 2 25 de den Herder uwer zielen", geen opmaar een getuigenis van bekeering die had
zijns
nu bekeerd
zijt
20
vs.
in
dwaling
327
zijn,
:
tot
plaats gehad.
Evenzoo
staat
naamwoord
het
de
in
voorkomt.
zes
maal
dat
de goedertierenheid
Als
apostolische brieven met het zelfstandig
tegenover het woord bekeeren
zevenmaal
dat
bekeering,
Paulus
Gods
Rom. 2
in
4 zegt
:
„niet
:
u tot bekeering leidt", spreekt
wetende hij
niet
maar de onbekeerde Joden. Als hij aan Timotheus 25) zegt, dat hij die tegenstaan met zachtmoedigheid ver(2 Tim. 2 manen moet, „of God hun te eeniger tijd bekeering gave", volgt er, „dat zij wederom ontwaken mochten uit den strik des duivels"; waaruit blijkt, dat ook hier sprake is van afgevallen geloovigen die de waarheid reeds hadden gekend. Wat Petrus betuigt, dat God lankmoedig is, niet willende dat eenigen verloren gaan, „maar dat zij allen tot bekeering komen", doelt niet op de Gemeente die reeds tot Christus bekeerd was, maar op hen, die nog van verre stonden en Christus verwierpen. Als het in Hebr. 6 1 heet, dat de apostel nu niet handelen zal van „de bekeering van doode werken" is een leerstellige de Gemeente
toe,
:
:
uiteenzetting, geen oproeping bedoeld
dat is
onmogelijk
het
het
omdat geen
God
ding
;
oproeping
van
bedroefd
gij
bekeering
„de zoodanigen
is
nog alleen
dus
Blijft
tot
denkbeeld
zijt
want
schade
en als er
;
2
Cor.
7
tot
te
bekeering
9—10:
:
gij
van
ons
twijfel
werkt
wereld
der
onderhevig,
dat
het 6e vers volgt:
gij
tot
vanzelf
bekeering", uitgesloten.
verblijd ik mij, niet
bedroefd
zijt
geweest
bedroeft geweest naar God, zoodat
geleden
den dood."
Want de
hebt.
werkt eene onberouwelijke bekeering
heid
„Nu
geweest, maar omdat zijt
in
vernieuwen
tot zaligheid;
Doch ook
gij
in
droefheid naar
maar de droef-
het aan geen gehandeld wordt van reeds bekeerden die in hier
is
zonde gevallen waren, en zich alsnu van deze hunne zonde bekeerd hadden. En toch, dit is alles. Meer of op andere wijze komt het begrip van bekeering in de brieven der apostelen aan de Gemeente
—
niet
voor.
Wel
leest ge herhaaldelijk
van oproepen
tot
bekeering
in
de Joden en Heidenen spreken, de Gemeente. En ook in de brieven var.
de Handelingen, als de apostelen
tot
maar niet als ze spreken tot Johannes aan de zeven kerken van Klein-Azië toont het verband, dat er gedurig en uitsluitend sprake is
van de eerste
liefde,
van val
in
zonde, en van verkoeling
maar nooit van een aanzienlijk deel van de Ge-
meente, dat zich voor het eerst
tot
Christus bekeeren moest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's