Pro rege - pagina 144
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
PRO REQE.
138
hem
indruk kon maken als van een heirmacht die tegenover en het
stond,
daarom geheel overeenkomstig den toen bestaan hebbenden
is
toestand, dat in de scheppingsordinantie de strijd met de dierenwereld
wordt
breeder
uitgemeten,
en
dat
over de plantenwereld en het
delfstoffenrijk en de elementaire krachten der natuur
Of
liever,
gevat
gezwegen wordt ééne
het
in
dieren toch,
van
ruime begrip
was aan den
gezwegen wordt.
maar ze worden
er niet van,
alle
saam-
de aarde. Behalve over de
mensch ook de heerschappij „over
eersten
geheel de aarde'' toebedeeld, en staat er uitdrukkelijk
bij
:
„Vervult
de aarde, en onderwerpt haar." Dit nu kon, waar de dieren afzoner
derlijk
bij
worden
genoemd, op
dan op de
niets anders slaan
overige rijken en krachten der natuur, en zoo werd metterdaad ook
plantenwereld, de wereld der anorganische natuur, en de
de
over
wereld
der
elementaire krachten, de heerschappij aan den mensch
toevertrouwd. Het „zich onderwerpen van de aarde"
ziet niet
op de
moeitevolle bearbeiding van den bodem. Die wordt eerst na den val
vermeld, toen het heette: „in het zweet
Ook
eten."
hier
geschapen,
hij
gij
brood
tot
is
de mensch,
onderkoning
die, als
God,
onder
naar
Gods even-
over
heel
de
schepping hier beneden besteld wordt. Een heerschappij,
zichtbare die
aanzijns zult
wordt alzoo gedoeld op een heerschappij door de
meerderheid van den geest. Het beeld
uws
uitoefende
door
een
hem
inklevende kennis van heel de
natuur, die thans schier geheel te loor ging.
Toch
niet geheel.
Reeds werd gewezen op den dierentemmer en
komen ons
slangenbezweerder.
Maar
berichten
omtrent de wijsheid der Egyptenaren,
toe,
b. v.
er
is
meer. Uit de oudheid
vaag en onzeker ook, toch er op wijzen, dat
in
die,
hoe
enkele kringen nog
zekere mysterieuse kennis voortleefde, die sinds geheel te loor ging,
maar
destijds
nog een werkelijke kracht vertegenwoordigde. Deze
geheimzinnige kennis, die
in
veel bijgeloof en goochelarij
allengs
geheel
ontaard
zijn,
de overlevering voortleefde, moge met
vermengd maar
dit
zijn
geworden, en zoodoende
neemt
niet
weg, dat ze toch
heenwijst op iets instinctiefs, dat nog lang na het te loor gaan van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's