Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Onze eeredienst - pagina 237

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze eeredienst - pagina 237

2 minuten leestijd

KNIELEND BIDDEN.

233

En ging de dienst weer aan, dan haalde een ieder binnenkwam een stoel van den hoop, en plaatste dien op een hem

de begrafenissen. die

plaats voor den kansel. Die stoelen zette men niet vlak op maar met zoodanige tusschenruimte dat men ze als stoelen om op te knielen gebruiken kon. Men stond dan op, keerde zijn stoel om, met de leuning naar den kansel, knielde er op, en bad. Soms zelfs zonden aanzienlijke dames haar dienstboden vooruit, om een stoel klaar te zetten, en, als dan de dame kwam, stond de meid op. Een gebruik waar de kerkeraden tegen geijverd hebben.

gelegen elkaar,

Zoo nu

hield het een

eeuw lang ongeveer na

Reformatie stand, doch allengs

De

van

banken

om

om

officieel

in

de kerk als

Overheid erkend zijn, en werden dan ook meest vlak

Confessioneele

Die

hebben.

tegenover den kansel

dan de stoelen,

de

het uitbreken van de

er verandering.

heeren magistraten wilden

edelachtbare

vertegenwoordigers

deswege

kwam

banken

de pilaren aangebracht, en hooger geplaatst

de hoogheid van hen, die er

in

plaats

namen,

af

beelden.

te

Tegenover de Overheid wilden toen ook de kerkelijke ambtsdragers soortgelijke geprivilegieerde zetels hebben, en zoo

bouwde men rondom

den kansel het dusgenaamde doophek, met banken voor de predikanten, ouderlingen stedelijke

en

diakenen,

terwijl

de kerkmeesters, als meest door de

Overheid benoemd, zich veelal een bank links of rechts van

de Overheidsbank zagen aangewezen.

De Nieuwe

kerk op den

ons nóg zulk een inrichting dat

de

meest

Overheidsbanken, ledig

staan, en

Dam, die meer algemeen bekend te aanschouwen alleen met dit

die

daarom

;

destijds als

altoos

sterk

is,

geeft

verschil,

bezet waren, nu

de dienst aangaat door dubbeltjes-

menschen worden bezet. Die vaste banken nu van kerkeraad en Overheid lieten het knielen niet toe. Er was geen plaats voor. Ze waren er niet op ingericht. In die banken nam men toen de gewoonte van het opstaan aan. En dat voorbeeld heeft toen vanzelf ook op de stoelbezetters gewerkt, zoodat ook zij al meer het knielen nalieten, en het opstaan onder het bidden navolgden. Hier kwam bij, dat de toeneming der bevolking, en daardoor het gebrek aan plaatsruimte

in

de kerken, noodzaakte de

stoelen zoo dicht naast elkaar te plaatsen, dat het

omkeeren der stoelen minder mogelijk, althans moeielijk en lastig werd, vooral voor de vrouw. Voetius vermeldt dan ook, dat in zijn dagen reeds vele vrouwen onder het gebed opstonden, en staande baden. onder het bidden,

Zoo

heeft de

al

invloed der Non-Conformisten

uit

Engeland, met prac-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's

Onze eeredienst - pagina 237

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's