Onze eeredienst - pagina 364
360
BEDIENING VAN DEN HEILIGEN DOOP.
den Doop óók een werkelijke handeling van Gods zijde is, of althans zijn kan, doch alleen uitgesproken, dat de menschelijke handeling als zoodanig geen voertuig van genade is. De leer der Gereformeerde
Noch het water, dat op den doopedit duidelijk uit. wordt gesprenkeld, noch het woord dat daarbij gesproken wordt, heeft, 't zij op het lichaam, 't zij op de ziel van den doopeling eenige Wij verschillen hierin van de Griekreëele uitwerking van genade. sche, van de Roomsche, en ten deele zelfs van de Luthersche kerk. Volgens onze belijdenis is de menschelijke handeling in de bediening van den heiligen Doop louter symbolisch. Het water blijft zuiver water en is geen zelfstandige drager van geestelijke genade. Is dit het vaste uitgangspunt bij de Liturgie van den heiligen Doop, dan is het eisch, dat de zinbeeldige handeling metterdaad zinbeeld zij, d. w. z. iets afbeelde, iets zien late, het beeld van iets vertoone. Wat nu vertoond moet worden, is de afwassching van onze zonde. De doopeling komt tot den Doop als bezoedeld, als bezoedeld in heel de existentie zijner ziel. Zijn ziel moest rein zijn, maar ze is vuil, besmet door aangeboren erfzonde. Genade neemt die erfzonde in haar wortel weg. De ziel die onrein, vuil en bezoedeld was, wordt daardoor rein en zuiver. Wat onrein was en rein wordt, treedt voor ons als iets dat gereinigd, ontsmet, afgewasschen is, en vandaar de uitdrukking: de afwassching onzer zonde. Die afwassching nu is het, die in de handeling bij den Doop zinbeeldig tot uitdrukking moet komen, en vandaar dat de heilige Doop zonder water ondenkbaar is. Zoo nu genomen, is het niet wel voor tegenspraak vatbaar, dat de handeling bij den heiligen Doop dan het best en het volledigst zinbeeldig ware uitgewerkt, indien de Doop nog evenals oudtijds door onderdompeling kon geschieden. De smet der ziel, de bezoedeling door de zonde, de onreinheid door het erfelijk kwaad is niet een gedeeltelijke, maar doordringt heel den doopeling. Hij moet niet slechts voor een deel, maar naar geheel zijn persoon in het bloed van Jezus gewasschen worden. Kon hij dus ook nu nog geheel in het water ondergaan, en van het hoofd tot de voeten de afwassching met het water ondergaan, zoo ware dat de meest volledige zinbeeldige afspiegeling van de zaak die tot uitdrukking moet komen. Zoo ging men dan ook te werk bij den Proselietendoop. Zoo deed men in de dagen van Johannes den Dooper. Zoo deed nog Philippus met den Kamerling van Moorenland. Zoo greep de handeling nog lange jaren plaats. En voorzooveel er ook nu nog secten zijn, die dezen Doop door onderdompeling in stand houden, zij men steeds kerken spreekt ling
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's