Pro rege - pagina 223
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
217
CHRISTUS EN SATAN. op, hoe bijna nooit in het vrije gebed onze
nu
er
let
aangeroepen, satan
om
uit
zijn
schild tegen de giftige pijlen van
dekken. Het was daarom eisch, zou het koningschap van
te
Christus ook op lijk
met
ons
God wordt
te
machtigen
spreken,
dat
ons oog
in
Jezus
zelf
voor ons beslissend
zelf
zijn
glorie herwinnen, duide-
zijn
levensworsteling als één
verstaan heeft, en dat deze opvatting
tegen satan
strijd
van Jezus
punt
dit
Zooals het voor
is.
hem
zoo moet het ook voor ons staan, want zoo en niet anders Uit ons zelven weten
nederdaalde, bezit
ons
van
den hemel,
biedt. Hij daarentegen, die uit
heid tot
we omtrent de geestenwereld
lippen
zijn
ons
tot
kwam was te
het.
is
niets dat zeker-
het geestenrijk,
hier het volste recht van spreken.
baring heeft een iegelijk zich
ook voor
uit
stond,
Wat
openbaring, en aan die Open-
houden, die
hem de weg, de waarheid
belijdt dat
en het leven
is.
de Christus
Dat zich
in
de overtuiging omtrent het bestaan van deze geestenwereld bijgeloof
gemengd
heeft en
nog mengt,
staat vast, en niet
gestreden worden; maar
volhardend genoeg
kan
hier
zelf
aan het bestaan van een demonische wereld niets dan vrucht
tegen
en verzinsel van bijgeloof heid. Het
waren
juist
is,
zeggen, dat het geloof
te
komt neer op
kortzichtige oppervlakkig-
de diepst aangelegde geesten, die
door gevoeld hebben, hoe ze zelve
in
alle
eeuwen
één machtige levensworsteling
met die demonische wereld bevangen waren.
We
gaan alzoo
er een wereld 2".
uit
van de
stellige
gegevens der Openbaring:
1.
dat
van geesten buiten ons menschelijk geslacht bestaat;
dat deze geesten twee heirscharen vormen, eenerzijds van engelen,
anderzijds
van demonen;
dat de heirschare der
3".
demonen gees-
telijk-organisch onder de heerschappij van satan staat; 4". dat zoo-
wel
deze
van
hun
engelen
als
demonen
deze
Schepper ontvingen;
5'\
dat
krachten, gaven en talenten ze
geroepen
zijn
om
deze
God te besteden, maar ook om instrumen-
krachten, gaven en talenten in den dienst van hun
en zulks niet alleen ten
voor
geesten
zijn
allerlei
om Hem
Rijksbewind
te
te
lofprijzen,
zijn
;
6".
dat diensvolgens van deze
werkingen ook op onze aarde uitgaan, en
dit
niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's