Onze eeredienst - pagina 215
DE
WET DER
X
GEBODEN
211
doeningen en gewaarwordingen moeten worden opgewekt, om de juiste stemming te voorschijn te roepen. Doet men dit niet, dan breekt men door wat volgt af wat pas door wat voorafging was opgewekt, en bereikt zijn doel niet. Men wordt juist Liturg door op dat onderling verband te letten, en aan die
juiste
zijn
aandacht
te
schenken.
meubelen op rijen bijeen, uw vertrek schikt ge ze, en iemand die in zijn woonkamer in stoelen en kasten als in een winkel op een hoop in een hoek zou toonen van het meubileeren van een kamer geen verstand winkel
een
In
volgorde
maar tafels,
zette,
staan
de
onderscheiden
hebben.
te
wat door velen, die naar orde noch verband vragen, in het algemeen gedaan wordt, ze plaatsen een deel van wat komen moet vóór en een deel in den dienst, zonder nadenken of zonder
Toch
is
het juist dit,
leidende gedachte.
De voorstanders dezer ordelooze bijeenvoeging en afdoening sluiten Met hen rekenen tellen niet mee. Zij buiten het geding.
we dus we niet.
den dienst hoort, maar ge moet ook indenken, op welke wijze een en ander te doen is, op wat toon, met wat stem, door wien, in welke orde, in welke opeenvolging en in welk verband. En eerst zoo ge ten opzichte van dit alles tot een conclusie zijt gekomen, waarvan ge wetenschap-
Ge moet
niet alleen
rekenschap
pelijk
Liturg.
Hier
Anders gelden
u rekenschap geven van
voor
uzelven
wat
in
en
bij
en voor anderen kunt geven,
zijt
ge
niet.
alzoo
tweeërlei
factoren.
Ten
eerste,
van Gods zijde
En ten naar moeten volgen elkaar ze op hoe menschen zijde, andere, 's verjuiste het zoo om eisch van de stemming die ze teweegbrengen, band te leggen. Reeds hieruit volgt, dat zij die het lezen van de Wet vóór den dienst doen plaats grijpen, een zeer zwakke positie innemen. Zulk een voorlezing toch kan geen andere bedoeling hebben, dan
de
bepaling, welke deelen in den dienst moeten voorkomen.
van
om dan
hen die er alvast is
zitten
op nuttige wijze bezig
te
houden.
Doch
ze ook buiten de vergadering der geloovigen geplaatst en be-
maar alleen hen die er alvast zijn. Met name niet den predikant en de ouderlingen die met hem binnenkomen. Die toch zijn er dan nooit bij. En voorts zijn er dan ook niet bij die velen, die pas op het laatste oogenblik binnenkomen. Niemand toch is gehouden er te zijn voor
doelt ze niet allen,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's