Onze eeredienst - pagina 411
BEDIENING VAN DEN HEILIGEN DOOP.
vluchtigen
een
stens
een
zulk
bord slaan en verloopt dan
die voor den dienst der
gebeden en de predicatie
werd, dan mag men wel aannemen,
dat hoogstens een zeer
daarna nog geëischt
op
blik
407
de
al
tijd,
nog de vier, vijf namen herinneren zal, die hij op het waar dan nog bij komt, dat bij meerdere doopen tegelijk, men toch niet weet wie A en wie B en wie C is, tenzij men de Doopouders persoonlijk kent, en dan ware het lezen van hun namen op 't bord geheel overbodig. Roept daarentegen de ouderling van dienst achtereenvolgens de Doopouders bij namen en geslachtsnamen op, om met hun kinderen voor den Doopvont te treden, dan hoort heel de Gemeente die afroeping en ziet wie ze zijn, die op de namen antwoorden door toe te treden. den Doop als zoodanig hoort tenslotte nog de Dankzegging. Bij Liturgisch zou een Doop zonder die Dankzegging een onvoltooide handeling zijn. In het Sacrament van den Doop is het niet de Dienaar die het doet, maar is het God Drieëenig zelf, die door Zijn Dienaar De handeling moet dus aanvangen het zegel op den gedoopte zet. met het Gebed, en moet evenzoo besloten worden met de Dankzegging. Nu is die Dankzegging in ons Doopformulier zeer zeker lijdende aan lengte van zinsbouw. Ze bestaat uit slechts twee volzinnen, waarvan de laatste niet minder dan 18 regels telt; iets wat het meedanken zeker niet bevordert, en dit te minder daar de Voorganger niet dan met veel inspanning zulke lange volzinnen zóó onder het danken kan uitspreken, dat hij in den gebedstoon blijft. Het is wel waar, dat de taal van onze Formulieren, en zoo ook van deze Dankzegging, boeiend vlot, als men haar gedrukt voor zich heeft en leest, maar ze aanhooren en er in meedanken is nog iets anders, en spant den geest veel meer om 't goed te doen. Schoon is anders deze Dankzegging [vooral daardoor, dat ze een enkele
bord
zoo
zich
las.
Iets
keurige
des Verbonds. deren
tot
Belijdenis
De
bevat van het geheiligd
kerk bidt niet
het geloof,
maar
om
looft en
zijn
van de kinderen
de toebrenging van de Doopkin-
dankt „dat wij met onze kinderen
Gods aangenomen
zijn",
en dat deze geheiligde Staat van de kinderkens in en door den
Doop
tot
lidmaten
bezegeld
en
van
Christus
en
tot
kinderen
En na die lofprijzing en dankzegging gebed der Gemeente, maar in dit gebed vraagt de
bekrachtigd
is.
komt dan wel het Gemeente niet, dat deze gedoopte kinderen tot Christus toegebracht mochten worden, maar dat ze, als reeds toegebruc/itcn, door de genade Gods verder geleid en door den Heiligen Geest altijd mogen geregeerd worden. Niet opdat ze in Christus worden ingeplant, maar opdat ze.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's