Pro rege - pagina 299
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
DE HEERSCHAPPIJ.
—
boven gaan geweest
kort
te
Christus
Het gevoel,
schiet.
niet
Het
meer.
Veldheer, geen
eenigen
in
vroeger eeuwen
hem
is
om
hij
om den
wij er
ons, doordringt
optrekken meer achter den
geen
is
dat
meer gevoelen
het volk,
in
toegewijd.
ongeestelijke opvatting van het Koningschap
ondiepe,
zeer
van Christus heeft van In
besef
het
besloten
zich
dat in leven en in sterven
Een
wat ze
is,
en voor den Christus, en niet
zijn
gelederen
de
meer
niet
en dat ze stellig, naar den maatstaf der Schrift gemeten,
is,
almeer
onder ons
293
deze verzwakking van geestdrift geleid.
zelf tot
den Koning belichaamt zich de hoogste macht, maar die hoogste
macht moet, naar onze gelden.
en
blijft,
wiens
in
ook toonen, en doen
onder de aardsche Vorsten een Koning, die schuil
er alzoo
Is
zich dan
opvatting,
de orde en vrede gedurig door invallende
rijk
vijanden verstoord wordt; wiens volk zich niet te weer kan stellen;
— dan
wiens leger terugdeinst; en wiens land gebrandschat wordt, gaat
alle
gezag en eerbied voor zulk een Vorst allengs
men
gelijk
sprak,
d.i.
door en
Frankrijk
in
van een Koning
in alle
kon
niet
dit
steunt
te
niet
zoo
is
roi fainéant alle
eeuwen
door triomfeerend machtsbetoon,
in- en
De macht
anders.
toch,
waarop
het aardsche gezag
en waardoor het aardsche Koningschap zich toont, kan niet
zonder
om
politiemacht
om den
vijand
die
gaan,
onder
de
is
men nu
diezelfde
van Jezus
in
die zich niet roert,
en
handhaven. En waar het aardsche Koningen gold,
buiten den sterken arm en
het
eeuwen van een
loor,
landen de majesteit van het Koningschap verbleekt,
zoodra de Koning zich uitwendig, wist
vroeger
in
te
bestaat,
toe,
uit
zonder dwang ondenkbaar. Een Vorst
de kwaden binnenslands, en zonder leger buitenland
het
Koningen of
stelt
dan ook
den sterken arm
is
in vertoon
rust zal
te
keer
te
dezer aarde ondenkbaar. Maar past
gelijksoortige
men ook
komt opdagen,
hier
idee ook op het Koningschap
den eisch, dat het
zich, indien
en door betoon van een macht die
openbaren, dan behoeft het geen nadere
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's